Zuinig snijden

Niet de hele long verwijderen, maar slechts het gedeelte met de tumor. Patiënten knappen hierdoor sneller op en kunnen meer. In december vorig jaar merkte Ineke Abdala dat ze iets mankeerde. Toen ze hoorde dat ze longkanker had schrok ze, maar inmiddels is ze geopereerd en heeft ze goede moed dat ze er snel weer samen met haar man op uit kan trekken.

‘Ik heb veel warmte ervaren’
Ineke Abdala (64) had pijn in haar spieren en was ontzettend moe. “We zouden op vakantie gaan, maar het lukte me niet om de koffers in te pakken.” De huisarts dacht aan spierreuma. Zelf was mevrouw Abdala bang voor iets kwaadaardigs, maar aan longkanker dacht ze geen moment. “Ik hoestte bijvoorbeeld helemaal niet.” De reumatoloog in Delft gaf haar medicijnen die haar klachten deden verminderen. “Maar de dokter zei dat hij ook altijd een longfoto liet maken. Daaruit bleek dat er waarschijnlijk een tumor zat. ” Twee biopsies gaven geen uitsluitsel. Daarom werd mevrouw Abdala begin dit jaar doorverwezen naar het lumc. “Dokter Annema onderzocht me met speciale echoapparatuur. Ik schrok toen hij vertelde dat het kwaadaardig was, ook al had ik daar rekening mee gehouden. Je hoopt toch dat het minder erg is.”

Kastjes en verpleegkundigen
Er werd een kijkoperatie verricht om te zien of de lymfeklieren aangedaan waren. Dat was niet het geval. “Met het hele team is over de operatie gesproken, want het zat op een lastige plek”, aldus mevrouw Abdala. “Eind februari ben ik geopereerd door dokter Braun. Hij heeft een deel van de rechterlong weggehaald.”

In het ziekenhuis voelde mevrouw Abdala zich gesteund. “Ik heb buitengewoon veel warmte en betrokkenheid ervaren. Kastjes en verpleegkundigen houden je constant in de gaten. Je krijgt het idee dat het hele ziekenhuis er voor jou is. Je hoort wel verhalen dat de zorg achteruit gaat, maar daar heb ik niets van gemerkt”, aldus mevrouw Abdala. Haar man is het met haar eens. “Ik mocht dag en nacht naar het ziekenhuis bellen om te vragen hoe het met mijn vrouw ging. En de nazorg is ook goed; de arts belde ons zelf thuis op.”

Tempels
Thuis kreeg mevrouw Abdala last van hartritmestoornissen, een bekende complicatie van een longsparende operatie. “We wisten dat het niet levensbedreigend is. In het ziekenhuis heb ik er ook al last van gehad, maar als je dan thuis bent is het toch heel anders”, vertelt mevrouw Abdala. “We hebben de huisarts gebeld en uiteindelijk is de ambulance gekomen”, herinnert meneer Abdala zich. “Met pillen en een injectie werd het hartritme weer normaal. We weten nu precies wat we moeten doen als het nog een keer gebeurt.” Intussen maakt het echtpaar al weer voorzichtig plannen voor een nieuwe vakantie. “We reizen graag en zijn vooral dol op Aziatische landen. Ik hoop dat ik eind dit jaar zo ben opgeknapt dat we dat weer kunnen gaan doen. Volgens de dokter moet dat gaan lukken. Dat zou bijzonder zijn. Normaal klimmen we dan ook trappen op naar tempels, maar ik zou het niet erg vinden als dat niet meer gaat.”

Hectische tijd
De familie Abdala was al vaker in het LUMC geweest, in goede en slechte tijden. “Onze twee kinderen zijn hier geboren. Toen onze zoon begin twintig was is hij voor kanker behandeld door dokter Nooij. Hij is helemaal genezen, maar komt hier nog af en toe voor controle”, vertelt mevrouw Abdala. “Toen we de keuze kregen tussen Rotterdam en Leiden, twijfelden we geen moment. Dokter Nooij werkt hier nog steeds, maar we zijn er nog niet aan toe gekomen om even bij haar langs te gaan. Het is een hectische tijd.”

Longarts dr. Jouke Annema en thoraxchirurg Jerry Braun behandelden mevrouw Abdala. Samen met veel andere specialisten proberen ze de longkankerzorg nog beter – en sneller – te maken.

‘Er mag geen uitslag ontbreken’
In Nederland krijgen jaarlijks bijna negenduizend mensen te horen dat zij longkanker hebben. Bij het behandelen ervan zijn veel specialismen betrokken. “De longarts, thoraxchirurg, radiotherapeut, patholoog, nucleaire arts en soms een psycholoog”, somt dr. Jouke Annema (Longziekten) op. Het afgelopen jaar is er in het LUMC hard gewerkt aan het vastleggen van de longkankerzorg in een zorgpad. “Hierdoor zijn de verschillende diagnostische testen beter op elkaar afgestemd”, aldus Annema. Longkankerpatiënten uit het LUMC en de regio worden iedere woensdag multidisciplinair besproken. “Om te kunnen beoordelen welke behandeling voor iemand het beste is, mag er geen enkele uitslag ontbreken. Daarvoor zijn goede werkafspraken met alle betrokken spelers nodig.”

Spanning
Longkanker wordt bij voorkeur operatief behandeld, mits uit scans blijkt dat er geen uitzaaiingen zijn in andere organen. Ook de lymfeklieren rond de luchtpijp moeten ‘schoon’ zijn. De lymfeklieren worden eerst met echo-endoscopie vanuit de luchtpijp of slokdarm onderzocht. Soms is het ook daarna nog noodzakelijk een kijkoperatie te doen. “Voorheen werden mensen hiervoor twee nachten opgenomen, nu doen we het in dagbehandeling. Dat is uniek in Nederland”, aldus Jerry Braun (Thoraxchirurgie). “De kijkoperatie vindt meestal op maandag plaats. Woensdag bij het overleg is de uitslag er. De snelle en goede service van de afdeling Pathologie is hierbij van groot belang. Soms kan iemand dan diezelfde week nog geopereerd worden, maar uiterlijk de week erna. Deze versnelde procedure neemt een hoop spanning bij de patiënt weg.” Het LUMC heeft zich aangesloten bij het project ‘Longkankerzorg steeds beter’, dat de kwaliteit van de zorg voor longkankerpatiënten wil optimaliseren. Annema: “Veel deden we al, maar nu wordt duidelijk waar de logistieke knelpunten zich bevinden.”

Gestoord hartritme
Met speciale echo-endoscopie stelde Annema de diagnose bij mevrouw Abdala. Zij had geen uitzaaiingen en kwam in aanmerking voor een operatie, maar deze was wel lastig. De tumor zat dicht tegen de trachea (hoofdluchtpijp – red.) en was ingegroeid in de longslagader. “Het makkelijkste was om de hele rechterlong weg te halen”, zegt Braun. Hij is echter samen met collega-thoraxchirurg Michel Versteegh bekwaam in longsparende operaties. “We hebben alleen de kwab met de tumor eruit gehaald. Vervolgens maakten we de stukjes luchtpijp weer aan elkaar vast en gebruikten we het pericard (hartezakje, dun weefsel rond het hart – red.) om de longslagader te herstellen”, beschrijft Braun de operatie. Voor de overlevingskans maakt het niet uit of de patiënt een hele long kwijt is, of alleen een kwab. Maar voor het herstel en de kwaliteit van leven maakt het wel een groot verschil. Het gestoorde hartritme waar mevrouw Abdala na de operatie last van kreeg, komt voor bij een kwart van de patiënten. Braun: “Omdat we een deel van het hartezakje gebruiken, raakt dat geprikkeld. Dat kan leiden tot onschuldige hartritmestoornissen, die na twee tot drie weken verdwijnen.”

Slijmpropjes
In lang niet alle ziekenhuizen wordt longsparend geopereerd. Er zijn speciale chirurgische vaardigheden voor nodig, er is wat meer kans op bloedingen en de operatie duurt ruim twee keer zo lang. Bovendien moet het hele zorgproces erop zijn ingericht. Braun: “Er moet 24 uur per dag een longarts beschikbaar zijn om bijvoorbeeld slijmpropjes die soms na de operatie ontstaan uit de longen te zuigen.” De artsen willen graag dat ziekenhuizen die geen longsparende operaties doen potentiële kandidaten hiervoor naar het LUMC doorverwijzen. “Dat gaat gelukkig al heel goed.”

Auteur: Raymon Heemskerk

Plaats een reactie