Zorg rond vaatoperaties moet beter

De richtlijnen voor zorg rond vaatoperaties worden niet goed gevolgd, met onnodige complicaties en zelfs sterfte tot gevolg. Daarom pleit promovenda Sanne Hoeks voor betere naleving van deze richtlijnen en voor goed gecoördineerde behandelprogramma’s.

‘Etalagebenen’
Perifeer arterieel vaatlijden (‘etalagebenen’, of PAD) komt veel voor. Door slechte doorbloeding hebben patiënten problemen met lopen. Als deze patiënten geopereerd worden, lopen ze een groot risico op complicaties, bijvoorbeeld hartinfarcten, hoewel de operatie niet in de buurt van het hart plaatsvindt.

Onderbehandeling
Sanne Hoeks, wetenschappelijk onderzoeker op de afdelingen Anesthesiologie en Heelkunde van het Erasmus MC, evalueerde voor haar promotieonderzoek het gebruik van de richtlijnen. Ze concludeert dat de richtlijnen in de praktijk onvoldoende worden nageleefd. Zowel rondom de operatie als lang daarna is sprake van onderbehandeling. Patiënten krijgen te weinig medicatie voor hun hart- en vaataandoeningen. Hoeks toont aan dat het gebruik van deze medicatie volgens de richtlijnen zorgt voor een 30% betere overleving en betere uitkomsten voor de patiënt.

Gecoördineerd
Hoeks: “Voordat een patiënt wordt geopereerd, komt hij of zij op bezoek in het ziekenhuis. Dat is een uitgelezen moment om te starten met de medicatie en met voorlichting over de levensstijl. Een goed gecoördineerd multidisciplinair programma, dat zich richt op klinische risicofactoren, kan zowel de overleving als de kwaliteit van leven van patiënten met PAD verbeteren.”

Plaats een reactie