Zorg rond operatie borstkanker verantwoord

0
558

Het zorgproces in Nederlandse ziekenhuizen rond de operatie van borstkanker is verantwoord en bovendien de laatste jaren verbeterd. Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De inspectie onderzocht bij 47 ziekenhuizen het proces van preoperatieve diagnostiek, de aanwezigheid van multidisciplinair overleg tijdens diagnose en behandeling en de mate van concentratie van de chirurgische behandeling bij een beperkt aantal chirurgen.

Multidisciplinair
In 2009 vond in elk onderzocht ziekenhuis multidisciplinair overleg plaats waarin alle betrokken disciplines de diagnose en het behandelplan bespreken. In 2007 bestond ook al zo’n overleg, maar bleek de samenstelling van het team en het al dan niet bespreken van een patiënt nog teveel afhankelijk van de lokale situatie. In vrijwel alle gevallen zijn verslagen van dit overleg gestandaardiseerd vastgelegd. In 4 van de 5 ziekenhuizen is het verslag ook elektronisch beschikbaar en in te zien voor andere zorgverleners.

Verbeterde uitkomst
Met het verbeteren van de randvoorwaarden voor een goed zorgproces rond operaties voor borstkanker, is ook de uitkomst van de operatie zelf de laatste jaren verbeterd. Van alle patiënten met verdenking op borstkanker ondergaat de helft een borstsparende operatie. Het gemiddelde percentage patiënten bij wie na een borstsparende operatie tumorresten waren aangetroffen daalde van 12,1 procent in 2007 naar 8,9 procent in 2009. Dit betekent dat in 2009 minder vrouwen een heroperatie hoefden te ondergaan om het achtergebleven weefsel alsnog weg te laten halen.

Het percentage borstkankeroperaties dat borstsparend is, varieert sterk per ziekenhuis. In sommige ziekenhuizen wordt 30 procent van de patiënten borstsparend geopereerd, in andere bijna 85 procent. De keuze voor de ene of de andere operatie kan samenhangen met de bereidheid van de chirurg en/of de patiënt om een bepaald risico te nemen. Bij een borstsparende operatie bestaat de kans dat er opnieuw moet worden geopereerd. Ook het moeten ondergaan van bestraling en een chemokuur na een borstsparende operatie kan meespelen in de keuze voor een behandeling.

Juiste diagnose
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat alle onderzochte ziekenhuizen inmiddels beschikken over de middelen voor volledige preoperatieve diagnostiek. Hierdoor is het vrijwel altijd mogelijk om de definitieve diagnose vóór de operatie vast te stellen. Gebleken is dat bij 93% van de patiënten de juiste diagnose vóór de operatie kon worden gesteld. Dit komt de kwaliteit van de zorgverlening ten goede omdat de patiënt snel weet waar hij aan toe is. Vrijwel alle ziekenhuizen houden zich bovendien aan de veldnorm waarin is afgesproken dat maximaal de helft van de chirurgen in het ziekenhuis borstkankeroperaties uitvoert. Dit draagt bij aan het opdoen en behouden van voldoende ervaring met de ingreep, wat het risico op complicaties verkleint.

Ontbreken veldnorm
Het blijkt voor ziekenhuizen nog altijd moeilijk om exacte en betrouwbare cijfers te geven over het aantal borstkankeroperaties per chirurg per jaar. In zijn algemeenheid geldt bij ‘hoog risico’ ingrepen als deze dat er een relatie is tussen het aantal operaties dat een chirurg per jaar doet en het risico op bijvoorbeeld complicaties. Op dit moment ontbreekt het echter aan een veldnorm voor het minimum aantal borstkankeringrepen per chirurg. De inspectie vraagt de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVH) deze norm zo snel mogelijk vast te stellen, zodat de inspectie de norm kan gebruiken bij haar toezicht en het registeren van de gegevens daarmee kan afdwingen.