Zorg voor je gezondheid!

0
566

De vraag naar zorg verandert sneller dan het aanbod van zorg en ingrijpende aanpassingen zijn nodig om een zorginfarct te voorkomen. Dit geldt zowel de organisatie en de inrichting van de voorzieningen als de financiering. De noodzaak voor verandering is extra groot door de aanstaande krapte in de zorgbudgetten en op de arbeidsmarkt. Dit laatste treft de zorgsector zelf, maar maakt ook het afschrijven van arbeidskrachten om gezondheids-redenen steeds onaanvaardbaarder. De zorgsector zal zich de komende jaren snel moeten omvormen. Voor het bepalen van de exacte route van de veranderingen organiseert de Raad voor de Volksgezondheid en de Zorg (RVZ) de komende maanden een tiental debatten die na de zomer zullen resulteren in de Strategische Zorgagenda 2010 – 2020.

De focus moet verschuiven van zorg en ziekte naar gezondheid en gedrag. Diagnose en behandeling, ook de specialistische, moet eerder, sneller en beter. Eén van de mogelijkheden die de RVZ wil onderzoeken is het inrichten van laagdrempelige inloopcentra voor welzijn en zorg, waar relatief simpele medische controles worden uitgevoerd en mensen advies kunnen krijgen over eten en bewegen. Gemeenten en zorgverzekeraars betalen deze centra. Daarnaast kan gespecialiseerde medische zorg worden aangeboden in ca. 50 medisch-specialistische netwerken die ontstaan in plaats van de huidige ruim honderd klinische ziekenhuizen. Deze netwerken staan in direct verband met de huisarts. De mogelijkheden van Gezondheid 2.0 moeten maximaal worden benut door zowel zorgvrager als –aanbieder. Preventie door gezond gedrag van de patiënt maar ook door vroege diagnose en interventie van de zorgaanbieder moet worden beloond.

In de zorgverzekering moeten meer mogelijkheden komen om gezond gedrag te belonen, zowel voor verzekerden als voor verzekeraars. Daarnaast moeten zorgverzekeraars de kans krijgen nieuwe polissen aan te bieden waarin zorg is verbonden met hypotheek en met pensioen.

Het aantal mensen met chronische aandoeningen overtreft nu al het aantal mensen met een acute of curatieve vraag naar zorg en de komende jaren neemt dit verschil toe. Dit brengt in veel gevallen levenslange beperkingen met zich mee maar de behandelde wordt daardoor nadrukkelijk geen patiënt in de traditionele zin van het woord. Zeker wanneer aandoeningen vroeg worden opgespoord, kan met weinig ingrijpende, maar regelmatige behandeling en met aanpassing van leefgewoonten iedereen ‘zo gezond mogelijk’ doorleven en –werken. Wel vragen chronische aandoeningen om persoonlijke dienstverlening, zoveel mogelijk aan huis of in de buurt maar ook digitaal, die rekening houdt met de levensfase waarin de zorgvrager zich bevindt. Sterven kan lang worden uitgesteld en is nog maar zelden toe te schrijven aan één ziekte. Er is een duidelijke relatie tussen gedrag en het ontstaan of verergeren van ongezondheid en daarmee ook tussen ‘gezond’ gedrag van en profijt voor de burger. Interventie in een vroeg stadium is in 2020 de norm.

Het zorgaanbod sluit hier nu al niet bij aan. Op dit moment is er voornamelijk curatieve zorg, gericht op episodische ziekten, die wordt verzorgd voor groepen patiënten in statische instellingen. Behandeling is fragmentarisch, ook per leeftijdsgroep, en gericht op enkelvoudige aandoeningen. Hierbij worden in veel gevallen de leefgewoonten die in de decennia voor de openbaring van de aandoening tot het ontstaan of de verergering van de kwaal hebben geleid als een gegeven gezien. Gezond(er) gedrag wordt niet beloond en behandeling begint pas als de eerste klachten zich openbaren. De patiënt is de vrager van zorg maar is geen kritische consument, laat staan de manager van de eigen gezondheidssituatie.