Zichtbaar meer oogmiddelen

In de eerste helft van 2011 verstrekten de Nederlandse openbare apotheken 2,75 miljoen keer een oogmiddel dat vergoed werd uit het basispakket. Dat is een stijging van 8%. Middelen tegen droge ogen werden het vaakst verstrekt.

De groep ooggeneesmiddelen kent een grote diversiteit. Artsen schrijven oogmiddelen voor bij droge ogen, bij de behandeling van glaucoom, ter bestrijding van ooginfecties, en ter bestrijding van allergische en ontstekingsreacties. Ook worden oogdruppels gebruikt om een verwijding van de pupil te bewerkstelligen. In totaal verstrekten Nederlandse apotheken in de eerste helft van 2011 2,75 miljoen keer een geneesmiddel voor het oog dat in het basispakket is opgenomen. Dat is 8% meer dan in dezelfde periode van 2010.

Droge ogen
Kunsttranen, die worden toegepast bij de behandeling van droge ogen, zijn met 1,6 miljoen verstrekkingen de meest verstrekte oogmiddelen in de eerste helft van 2011. Ze zijn beschikbaar in de vorm van oogdruppels, ooggel en oogzalf. Kunsttranen bevatten een verdikkingsmiddel, en geen werkzame stof, waardoor de ogen langer vochtig blijven. Kunsttranen zijn per 1 mei 2009 zonder recept verkrijgbaar en worden onder voorwaarden vergoed vanuit de basisverzekering.

Aandeel in zorgkosten afgenomen
Als de uitgaven aan farmaceutische hulp worden gerelateerd aan de totale kosten van de gezondheidszorg, neemt Nederland traditiegetrouw een bescheiden positie in te midden van de West–Europese landen. In 2009 had 9,7% van de totale zorgkosten in Nederland betrekking op geneesmiddeluitgaven (pakket en nietpakket) via apotheekhoudenden, 0,1% minder dan in 2008. Dit terwijl de uitgaven aan dure middelen destijds stegen met 16%. Opvallend is dat Zwitserland, dat per inwoner het meeste geld aan geneesmiddelen uitgeeft, hiermee naar verhouding een laag aandeel in de totale zorgkosten heeft. Met 9,6% ligt het aandeel geneesmiddelkosten binnen de totale kosten aan gezondheidszorg in Zwitserland net wat lager dan in Nederland. In het algemeen is het aandeel van de uitgaven aan farmaceutische hulp groter naarmate het land zuidelijker ligt, waarbij Finland een uitzondering vormt.

Glaucoom
Bij glaucoom is de druk in het oog te hoog. Nadat artsen glaucoom vaststellen, zullen zij in het algemeen kiezen om dit te behandelen om progressie tegen te gaan. Als artsen niet behandelen kan dit leiden tot beperkingen in het gezichtsveld en uiteindelijk tot blindheid. Als eerste type behandeling kiezen artsen veelal voor verlaging van de oogdruk door de productie van kamerwater te verminderen of door de afvoer van kamerwater te bevorderen. Dit kan in de vorm van oogdruppels of gels, die doorgaans chronisch gebruikt moeten blijven worden. In de eerste helft van 2011 verstrekten apothekers ruim 550.000 keer een middel dat de oogboldruk verlaagt.

In ruim 40% van de gevallen betrof dat een middel met bètablokker timolol, dat de eerste keus is vanwege de lage kosten. Timolol vermindert de productie van kamerwater. Opvallend is dat de afgelopen jaren een verschuiving heeft plaatsgevonden van timolol naar het gebruik van combinatiepreparaten met timolol. Binnen deze groep combinatiepreparaten is de combinatie timolol met dorzolamide het meest voorgeschreven.

Het tweede meest voorgeschreven middel om de oogdruk te verlagen is latanoprost. Dit middel verlaagt de oogdruk door de bevordering van de afvoer van kamerwater. Bij latanoprost is in de eerste helft van 2011 duidelijk te zien dat het aantal verstrekkingen afneemt ten opzichte van eerdere jaren. Mogelijk schrijven artsen in plaats daarvan vaker het halverwege 2010 geïntroduceerde tafluprost voor.

Ooginfecties en ontstekingsremmers
In de eerste helft van dit jaar verstrekten apothekers geneesmiddelen ter bestrijding van bacteriële of virale ooginfecties bijna 420.000 keer. Zij verstrekten het breedspectrum antibioticum chlooramfenicol met 185.000 keer het vaakst. Na chlooramfenicol volgt fusidinezuur, dat apothekers 139.000 keer verstrekten. Combinaties van een antimicrobieel middel met geneesmiddelen die ontstekingsreacties tegen gaan, zijn 145.000 keer verstrekt. In de meeste gevallen betreft dit de combinatie van dexamethason met tobramycine.

Oogmedicatie met louter ontstekkingsremmende middelen is onder te verdelen in corticosteroïden en prostaglandinesyntheseremmers zoals NSAID’s. De laatste groep schrijven artsen veelal post–operatief voor ter voorkoming van ontstekingsreacties. Ketorolac oogdruppels is met 25.000 verstrekkingen koploper bij de groep NSAID’s. Prednisolon is met 57.000 verstrekkingen in het eerste halfjaar van 2011 koploper bij de corticosteroïden.

Overige middelen
Vooral in het hooikoortsseizoen verstrekken openbaar apothekers middelen bij allergische reacties. In de eerste helft van 2011 ging het om 350.000 verstrekkingen van oogdruppels met antihistaminica of bloedvernauwers. Levocabashine is met 192.000 verstrekkingen het vaakst verstrekt. Mydriatica zijn pupilverwijders die ter voorbereiding op een oogonderzoek gebruikt worden. Deze middelen werden in de eerste helft van 2011 bijna 18.000 keer verstrekt

Plaats een reactie