Worden HIV-patiënten sneller oud?

“Worden HIV-patiënten sneller oud, of lijkt dat alleen maar zo? Mocht dit het geval zijn, dan heeft dat verregaande consequenties voor de zorg aan HIV-patiënten,” aldus Prof. dr. Peter Reiss van het Academisch Medisch Centrum.

De laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen dat HIV-patiënten eerder te maken krijgen met ouderdomgerelateerde aandoeningen. Dat geldt met name voor hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk en niet traditioneel HIV-geassocieerde tumoren. “Mocht dit het geval zijn, dan heeft dat verregaande consequenties voor de zorg aan HIV-patiënten,”aldus Prof. dr. Peter Reiss van het Academisch Medisch Centrum. “Diverse zorgdisciplines zullen in toenemende mate bij de zorg betrokken raken en van elkaar moeten leren.”

Worden HIV-patiënten sneller oud, of lijkt dat alleen maar zo? Ligt het aan het HIV of spelen andere risicofactoren een rol? Vertraagt de combinatie antiretrovirale therapie (cART) het verouderingsproces, of draagt het er juist aan bij? Prof. dr. Peter Reiss van het Academisch Medisch Centrum zoekt antwoorden in zijn onderzoek Comorbidity and Aging with HIV. Het project maakt deel uit van het programma Diseasemanagement chronische ziekten.

“Ziektes die normaal gesproken met het toenemen van de leeftijd vaker voorkomen, lijken zich bij HIV-patiënten al eerder te manifesteren. Een eerste analyse duidt zelfs in de richting van vijf jaar eerder. Ook lijken HIV-patiënten van 65 jaar of ouder substantieel vaker drie of meer ouderdomsgerelateerde aandoeningen te hebben. Mocht de eerste analyse kloppen, dan zijn de constateringen een punt van zorg. Het vraagt om tijdige signalering van symptomen en meer multidisciplinaire afstemming en samenwerking, ” aldus Peter Reiss.

Cohortonderzoek
Het AMC voert samen met de GGD Amsterdam grootschalig cohortonderzoek uit. In het HIV-cohort zijn op dit moment 600 patiënten van de HIV-poli van het AMC geïncludeerd. De vergelijkingsgroep bestaat uit zo’n 600 bezoekers aan de geslachtsziektenpoli van de GGD Amsterdam. Deze mensen zijn bewezen HIV-negatief. Peter Reiss: “We zien in de eerste analyse dat onze groep en de GGD-groep redelijk vergelijkbaar zijn. Prettig is ook dat de GGD al ervaring heeft met grootschalig cohortonderzoek bij zowel mensen met als zonder HIV.” Deelnemers zijn vanaf oktober 2010 voor het eerst gescreend. Ze kregen vragenlijsten voorgelegd en er zijn talloze metingen gedaan, zoals bijvoorbeeld een longfunctie- en bloeddrukmeting. Het volgende screeningsmoment volgt na twee jaar en dit moment wordt voor de eerste deelnemers dit najaar bereikt. Het onderzoek verloopt volgens Reiss ongelooflijk voorspoedig, er is een grote motivatie tot deelname, ook bij de deelnemers zonder HIV.

Consequenties voor behandelplannen
“De nieuwe kennis over ouderdomgerelateerde aandoeningen bij HIV-patiënten heeft consequenties voor de behandeling. Als je weet dat een patiënt een verhoogd risico heeft op een bepaalde aandoening, dan kun je hem of haar daarop wijzen. Ik denk dat eerst en vooral het bewustzijn in het HIV-veld moet toenemen. Onze bevindingen zullen hopelijk aanknopingspunten bieden voor een systematisch prospectief screeningsprotocol. Wat betreft de behandeling zelf is er denk ik niet één voor de hand liggende beste oplossing, ofwel één behandelplan, te geven. Zo is kennis vanuit verschillende disciplines nodig, maar is de vorm van de gewenste multidisciplinaire zorg sterk afhankelijk van de zorgsetting. Soms is een telefoontje naar een collega al voldoende om te weten hoe een probleem moet worden aangepakt en kan de zorg optimaal vanuit de HIV-poli worden verleend. Aan de andere kant zijn huisartsen ongelooflijk goed in het behandelen van ouderdomsproblematiek. Vraag is echter of ze altijd voldoende kennis en ervaring hebben over HIV. Specifiek in de zorg aan HIV-patiënten is het levenslange medicijngebruik voor hun infectie. Alle betrokken artsen moeten zich bewust zijn van de mogelijkheid van interacties tussen HIV-remmers en medicijnen voor andere aandoeningen, dat is heel belangrijk.“

Wereldwijd
Het onderzoek van Reiss geniet wereldwijd belangstelling. Het maakt ook deel uit van een binnenkort te starten breder Europees project. Ook vanuit Amerika, in het bijzonder San Francisco waar een groep ook grote interesse op dit gebied heeft, volgt men de resultaten op de voet. “Het mooie is dat er binnen het AMC korte lijnen zijn tussen een breed scala aan specialismen. Dat is nodig in een dergelijk onderzoek, maar in bijvoorbeeld San Francisco niet makkelijk te realiseren. Door onze discipline-overstijgende werkwijze komen we in Nederland echt verder. Daarmee is ons project voorlopig vrij uniek.”

Meer informatie
Programma Diseasemanagement chronische ziekten
Project Comorbidity and aging with HIV

Plaats een reactie