Wonen in achterstandgebied bepaalt mate van gedragsproblemen

0
962

Jongeren in de leeftijd van 11,5 tot 13,5 jaar oud hebben vaker gedragsproblemen als zij wonen in achterstandsgebieden. Hierbij maakt het geen verschil of ze in een stedelijke omgeving of een landelijk gebied wonen. Dit blijkt uit een analyse van gegevens van de TRAILS-studie, een langlopend onderzoek van het UMCG naar de psychische gezondheid van 2250 jongeren. De onderzoekers onder leiding van Menno Reijneveld publiceren over hun bevindingen vandaag in het Journal of Adolescent Health. De TRAILS-onderzoekers analyseerden gegevens die zij verkregen via drie vragenlijsten aan de jongeren en hun ouders. In totaal vulden 2230 jongeren de vragenlijst in. Na twee jaar vulden alle deelnemers de vragenlijsten opnieuw in. Naast diverse vragen over het gedrag van de jongeren, waren hierin ook vragen opgenomen over opvoedstijl en sociaaleconomische positie van de ouders (opleiding, inkomen en beroep), gezinssamenstelling en psychische voorgeschiedenis van de ouders. Gedragsmatige en emotionele problemen komen veel voor bij adolescenten in achterstandsgebieden. Maar de meeste kennis die hierover beschikbaar is, gaat vooral stedelijke gebieden. Het doel van dit onderzoek was om na te gaan wat de invloed is van gebiedsachterstand en stedelijkheid op het vóórkomen en de ontwikkeling van gedragsmatige problemen bij adolescenten.

Uit de resultaten blijkt dat adolescenten die wonen in de gebieden met de meeste achterstand vaker agressief en delinquent gedrag als iemand slaan, brandje stichten of iets stelen vertonen, dan in de meest welvarende gebieden. Andere kenmerken van gezin en ouders droegen niet belangrijk bij aan de verklaring van de verschillen in gedragsproblemen tussen woongebieden. Of een jongere in een stedelijk gebied woont of niet blijkt hierbij geen verschil te maken: in landelijk en in stedelijke woongebieden met achterstand komen de gedragsproblemen in gelijke mate voor. Of sprake is van een achterstandgebied is gebaseerd op gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau over werkloosheid, inkomen en opleidingsniveau. Deze gegevens laten zien dat in Noord-Nederland relatief veel gebieden een achterstandspositie hebben.

TRAILS is het onderzoek naar lichamelijke en geestelijke gezondheid bij bijna 2300 kinderen in Noord-Nederland op weg naar de volwassenheid. Vanaf 2001 volgt het UMCG deze grote groep jongeren.

Vorig artikelDe ontwikkeling van een vaccin tegen huidkanker
Volgend artikelWouter van Elmpt wint ESTRO award
Avatar
Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) is één van de grootste ziekenhuizen in Nederland en de grootste werkgever van Noord-Nederland. De ruim 10.000 medewerkers werken in de patiëntenzorg en aan vooraanstaand wetenschappelijk onderzoek, waarbij de focus ligt op ‘gezond en actief ouder worden’. In het kader van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs wordt nauw samen gewerkt met de Rijksuniversiteit Groningen. Er worden studenten opgeleid tot arts, tandarts of bewegingswetenschapper en artsen opgeleid tot medisch specialist. Patiënten komen in het UMCG voor basiszorg, maar ook voor zeer specialistische diagnostiek, onderzoek of behandeling. De zorg wordt gegeven door de beste dokters en verpleegkundigen. Samen met ondersteunend personeel werken zij dagelijks aan die ene, gemeenschappelijke doelstelling: bouwen aan de toekomst van gezondheid.