Wie betaalt noodzakelijke vernieuwingen in verpleeg- en verzorgingshuizen?

0
732

Mensen gaan op steeds latere leeftijd naar een verpleeg- of verzorgingshuis en hebben dan ook zwaardere zorg nodig. Om cliënten met die zwaardere zorgvraag optimaal te kunnen helpen, hebben veel zorgorganisaties hun huizen en voorzieningen aangepast en vernieuwd.

Uit onderzoek van ActiZ blijkt dat voor deze zorgorganisaties nu een financiële strop dreigt, omdat ze geen inkomsten hebben en wel fors hebben geïnvesteerd.

De zorgorganisaties krijgen namelijk geen contract van het zorgkantoor voor hun aangepaste voorzieningen, terwijl dit vooraf wel met de betrokken zorgkantoren was afgestemd. Uit het onderzoek van ActiZ blijkt verder dat de druk op de zorg thuis (te) hoog blijft. ActiZ blijft kabinet en verzekeraars dan ook oproepen om meer te investeren in zorg thuis.

Veel zorgorganisaties hebben hun huizen en voorzieningen in de afgelopen tijd aangepast en vernieuwd. Zij hebben geïnvesteerd in nieuwe kamers, de inrichting, kleinschaligheid en alles wat nodig is om de zwaardere zorg thuis en in een verblijfsvoorziening goed en cliëntgericht te kunnen verlenen. Het gaat om vernieuwing van bestaande verblijfsvoorzieningen, niet om uitbreiding. De totale verblijfscapaciteit in de sector is al jaren stabiel.

‘Er is geen geld in de pot’
Uiteraard werd over de (bouw)plannen van zorgorganisaties vooraf overlegd met het zorgkantoor dat verantwoordelijk is voor de contractering. Zorgkantoren waren over het algemeen positief over de plannen omdat deze immers aansluiten bij de ontwikkelingen en zorgvraag. Op basis van die positieve houding hebben zorgorganisaties vervolgens fors geïnvesteerd. Nu blijkt echter dat zorgkantoren in de helft van de gevallen die positieve houding niet omzetten in een concreet zorgcontract. Zonder zo’n contract heeft de zorgorganisatie geen inkomsten en geen mogelijkheid om de investering terug te verdienen. Zorgorganisaties dreigen nu te blijven zitten met de kosten van een investering die vanuit cliëntperspectief keihard nodig was. “Dat is de dood in de pot voor investeringen in de zorg,” stelt Jan de Goede, bestuurder van Zorggroep Tangenborgh.

Druk op thuiszorg blijft zorgwekkend hoog
De thuiszorg levert een essentiële bijdrage aan het langer zelfstandig en zelfredzaam houden van mensen. Dat is ook één van de belangrijke punten uit het kabinetsbeleid. De ontwikkeling dat mensen langer thuis blijven wonen, betekent echter wel dat ook de thuiszorg meer te maken krijgt met zwaardere zorgvragen. Om behoud van zelfstandigheid van mensen thuis ook voor de toekomst te borgen moet veel meer worden geïnvesteerd in zorg thuis. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een inrichting van het zorgstelsel met een andere bijdrage vanuit de maatschappij. Dit kan de zorgsector in staat stellen om met de huidige middelen meer te doen. Uit het onderzoek komt echter een beeld naar voren van blijvende druk op de tarieven, beperkt kunnen leveren van onplanbare zorg en onvoldoende bewustwording en commitment bij verzekeraars en overheid om structureel in de thuiszorg te investeren.

Lange termijn
Zorgorganisaties doen een oproep aan de zorgkantoren om samen een visie voor de lange termijn te ontwikkelen. Op dit moment ervaren de zorgorganisaties teveel eenzijdige druk en sturing op de korte termijn. Problemen rond niet-betaalde zorgverlening en knellende regionale contracteerruimte staan een meerjarig perspectief in de weg, terwijl juist zo’n meerjarige samenwerking helpt om structureel in de zorg te kunnen investeren. Aan de vooravond van de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars doen ActiZ en haar leden zorgorganisaties dan ook een oproep aan de zorgkantoren om de toekomst van de zorg samen in te vullen.