Wel of geen declaratiecodes op factuur curatieve Geestelijke Gezondheidszorg?

0
556

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zal op basis van de uitspraak van het College voor Beroep Bedrijfsleven (CBB) onderzoeken onder welke voorwaarden ontheffing mogelijk is van de verplichting om declaratiecodes op de factuur te plaatsen in de curatieve GGZ.

Zij zal dit doen in overleg met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en vertegenwoordigers van patiënten.

De discussie om wel of geen declaratiecodes op de factuur te zetten in de curatieve Geestelijke Gezondheidszorg (cGGZ) speelt al langere tijd. Het vermelden van een vorm van diagnose-informatie op de declaratie is belangrijk voor patiënten en consumenten, vindt de NZa, omdat alleen zo inzichtelijk is waarvoor een zorgaanbieder declareert. Zo weten patiënten en verzekeraars welke zorg zij voor welke prijs geleverd krijgen en kunnen zij dit controleren. Ook voor de overheid is het van belang om te kunnen controleren of de zorg terecht ten laste van de basisverzekering wordt gedeclareerd.

De NZa vindt de privacy van consumenten een zwaarwegend belang en achtte die privacy ook in de huidige regelgeving door tal van maatregelen voldoende beschermd. Artsen in de GGZ vermelden namelijk slechts de hoofddiagnosegroep op de declaratie, bijvoorbeeld ‘angststoornis’. Individuele details van de behandeling kennen alleen de arts en patiënt. Bovendien hebben zorgverzekeraars de privacybelangen van verzekerden in een nieuwe ‘Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Zorgverzekeraars’ gewaarborgd. De medewerkers die de declaraties verwerken, hebben een strikte geheimhoudingsplicht.

De rechter oordeelde vorige week dat naast deze maatregelen ook een mogelijkheid voor ontheffing moet worden uitgewerkt, in elk geval voor de patiënten die zwaarwegende bezwaren hebben tegen vermelding van diagnose informatie op de factuur. Ook heeft de rechter de bestaande declaratieverplichting opgeschort. De NZa zal zo snel mogelijk overleggen met de zorgverzekeraars, zorgaanbieders en vertegenwoordigers van patiënten over de mogelijkheid voor ontheffing en een tussenoplossing tot dat geregeld is.