Waterveiligheid leeft niet onder Nederlanders

Waterveiligheid leeft niet onder Nederlanders. We hebben amper besef van overstromingsgevaar terwijl risicobewustzijn bij de overheid juist is toegenomen. Publieksparticipatie bij waterveiligheidsprojecten resulteert vaak in verontwaardiging en wantrouwen.

Dat komt door de ‘mythe van droge voeten’. Doorbreking van die mythe is nodig voor betere communicatie over waterveiligheid. Niet met risicobeheersing als uitgangspunt maar acceptatie van kwetsbaarheid. Dat stellen Trudes Heems en Baukje Kothuis in hun onderzoek waarop zij op 19 september aan de Universiteit Maastricht promoveren. Het onderzoek werd mede gefinancierd door NWO.

Heems en Kothuis onderzochten de invulling van het begrip waterveiligheid in 21e-eeuws Nederland vanuit sociaal-cultureel perspectief. Zij analyseren in hun proefschrift voorlichtingscampagnes en beleidsmaatregelen en beschrijven ontwikkelingen in het waterbeleid. Basis voor dat beleid was sinds de Watersnoodramp van 1953 en de aanleg van de Deltawerken risicobeheersing: eerst was er de strijd tegen en vervolgens overwinning op het water. Zo ontstond ‘de mythe van droge voeten’: burgers kregen een blind vertrouwen in overheid en experts, de angst voor water ontbrak. Water was niet meer een vijand maar werd vriend of bondgenoot.

Ruimte voor water
Vanaf 2000 is een beleidsomslag zichtbaar: meer ruimte voor water in plaats van weren en keren van water. Zo wordt gewezen op de risico’s van wonen in buitendijkse gebieden. Aanleiding voor die omslag zijn de overstromingen medio jaren negentig. Risicobeheersing blijft wel basis voor het beleid. Daarmee wordt volgens Heems en Kothuis een onduidelijk signaal afgegeven.

‘De rollen van water als vijand, vriend en bondgenoot worden in campagnes door elkaar gebruikt en de boodschap is niet eenduidig. Die luidt als het ware: we zijn veiliger dan ooit maar morgen kan een ramp gebeuren’, zegt Trudes Heems. ‘De burger in zijn overwinningsroes onthoudt daarvan alleen dat het veiliger is dan ooit. Een rampverhaal past daar niet in.’ De campagnes leiden niet tot risicobewuster gedrag. Er is een belevingskloof tussen overheid en burger in de omgang met waterveiligheid.

Overslagbestendige dijk wordt overslagdijk
De innovatieve, natuurvriendelijke plannen voor een zogenoemde overslagbestendige dijk bij Petten in 2006 illustreren waar zo’n belevingskloof toe leidt. Baukje Kothuis: ‘Een ongelukkige benaming. Overslagbestendige dijk werd in de volksmond meteen overslagdijk. Dat strookte niet met het beeld dat mensen van een dijk hadden. Een dijk laat geen water toe maar houdt dat tegen.’ Goede bedoelingen stuitten op verontwaardiging en wantrouwen en de plannen gingen niet door.

Ethische vraagstukken
Die emotionele reacties komen voort uit de mythe van droge voeten. Die mythe blokkeert dus de gewenste gedragsverandering bij de burger. Om risicobewust gedrag te stimuleren en de belevingskloof te overbruggen, is volgens Heems en Kothuis ontmanteling van de mythe nodig. Door een andere omgang met emoties, waarvoor zij een sociaal-cultureel typologiemodel ontwikkelden. Emoties spelen een belangrijke rol bij de oplossing van ethische vraagstukken als publieke veiligheid. De overheid zou meer aandacht aan emoties moeten besteden en hierover met de samenleving in gesprek moeten gaan. Blind vertrouwen kan dan overgaan in kritisch vertrouwen, paniekgevoelens over rampen in gezonde angst voor water. Het gaat niet meer over risiconormen maar maatschappelijke waarden. Een effectiever discours over waterveiligheid is dan mogelijk. Niet meer op basis van risicobeheersing maar op basis van gedeelde zorg voor en acceptatie van kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid van mensen, natuur en bestuur.

Volgens Heems en Kothuis kunnen hun aanbevelingen ook van belang zijn voor communicatie op andere beleidsterreinen met lastige ethische kwesties. Voorbeelden zijn vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen of de omgang met dreigende epidemieën. Trudes Heems: ‘Onze theorie gaat over omgaan met dreiging. Bij kwesties vol onzekerheden die met een grote dreiging gepaard gaan, spelen publiek vertrouwen en angst een grote rol.’

Het onderzoek van Heems en Kothuis werd ondersteund door een Vervangingssubsidie van NWO-Geesteswetenschappen. Met een Vervangingssubsidie kunnen promovendi die niet bij een universiteit werken, toch promoveren. De promovendi kunnen hun onderzoek naast hun bestaande werk doen.

Trudes Heems en Baukje Kothuis, ‘Waterveiligheid: Managen van kwetsbaarheid voorbij de mythe van droge voeten. De Nederlandse omgang met overstromingsdreiging in sociaal-cultureel perspectief’. Uitgave van Waterworks, Amsterdam. www.waterworks.nu