VU onderzoekt invloed prenatale omstandigheden op gedragsproblemen bij tweelingen

0
550

Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit Amsterdam ontvangt een subsidie van de Brain and Behavior Research Foundation. Daarmee gaat ze onderzoeken welke invloed de omstandigheden in de baarmoeder hebben op de ontwikkeling van tweelingen.

Dat levert belangrijke informatie op over hoe gedragsproblemen ontstaan. Boomsma zal voor het onderzoek twee grote Nederlandse datasets combineren: het Nederlands Tweelingen Register en PALGA, de landelijke pathologieregistratie.

Omstandigheden in baarmoeder bij tweelingen variëren
In eerdere studies zijn specifieke risicofactoren onderzocht, zoals het geboortegewicht en roken tijdens de zwangerschap, en hun wisselwerking met erfelijke factoren die het ontstaan van gedragsproblemen beïnvloeden. Omdat de omstandigheden tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder bij tweelingen variëren, geven deze studies mogelijk niet een volledig beeld. Er zijn bijvoorbeeld tweelingen die ieder een eigen vruchtwaterzak hebben (dichoriale tweelingen) en tweelingen die een vruchtwaterzak samen delen. Onderzoek naar de ontwikkeling in de baarmoeder kan leiden tot beter inzicht in het verband tussen prenatale omstandigheden en het ontstaan van gedragsproblemen.

Splitsing bevruchte eicel terug te zien in placenta
Eeneiige tweelingen ontstaan uit één bevruchte eicel die zich splitst, waardoor twee individuen ontstaan. Die splitsing kan tussen de eerste en twaalfde dag na de bevruchting optreden. Het moment van splitsing is terug te zien in de placenta en de vruchtwaterzak. In Nederland worden alle placenta’s van meerlingen onderzocht door een patholoog. Met die informatie is na te gaan wanneer de bevruchte eicel is gesplitst en die gegevens kunnen weer gekoppeld worden aan de latere ontwikkeling van meerlingen.