Vrouwen onderschatten de gevolgen van osteoporose

0
582

Zelfs vrouwen die tot de risicogroepen behoren, zijn zich meestal niet bewust van de ernst van osteoporose (botontkalking). Dit blijkt uit wereldwijd onderzoek van de universiteit van Massachusetts waar ook Nederlandse vrouwen aan meededen. Osteoporose kan ernstige gevolgen hebben en leiden tot vermindering van kwaliteit van leven door chronische pijn en zelfs sterfte. Vrouwen die tot de risicogroepen behoren zouden zich dan ook moeten laten onderzoeken op osteoporose. Ook (huis)artsen moeten hier meer alert op zijn.

De gevolgen van osteoporose kunnen ernstig zijn. Botbreuken en ingezakte wervels met als gevolg chronische pijn en/of verminderde mobiliteit zijn de meest voorkomende. De risicofactoren om osteoporose te krijgen zijn bekend: botbreuk na het 50e jaar, vroege overgang, heupbreuk bij moeder of vader, ouderdom, anti-hormoonmedicijnen na bijvoorbeeld borst- en prostaatkanker, langdurig gebruik van het geneesmiddel prednison en een tekort aan calcium en vitamine D.

Het Amerikaanse onderzoek getiteld Global Longitudinal Study of Osteoporosis in Women (GLOW) wordt uitgevoerd onder 60.000 vrouwen in Noord-Amerika, Canada, Australië en een aantal Europese landen waaronder Nederland. Uit de eerste vandaag gepubliceerde resultaten van het GLOW onderzoek blijkt dat veel vrouwen met risicofactoren (57%) geen verband leggen tussen deze factoren en de ernstige consequenties van osteoporose. “Zolang vrouwen zich niet bewust zijn van deze risico’s, kunnen ze ook geen preventieve maatregelen nemen om bijvoorbeeld botbreuken te voorkomen”, aldus emeritus hoogleraar endocrinologie van VU medisch centrum en voorzitter van de Osteoporosestichting Coen Netelenbos. Minimaal 800.000 mensen in Nederland hebben osteoporose heeft de hoogleraar becijferd. Een op de drie vrouwen en een op de zeven mannen die de zestig is gepasseerd, krijgt er mee te maken. “Er is weinig belangstelling voor botontkalking omdat het geen ‘sexy’ ziekte is. Maar als vrouwen en mannen zich laten behandelen kan de kans op een (volgende) botbreuk met 50% worden teruggebracht.”