Voorspellen van functionele achteruitgang bij artrose

0
504

Het functioneren van patiënten met artrose aan heup of knie gaat minder snel achteruit dan verwacht. In een periode van drie jaar blijft het relatief stabiel. Er zijn wel grote verschillen tussen patiënten. Met name bijkomende ziekten (comorbiditeit) blijken een belangrijke voorspeller van functionele achteruitgang. Dit stelt Gabriella van Dijk in het onderzoek waarop zij 26 oktober promoveert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Patiënten met artrose van heup of knie hebben vaak pijn en ondervinden allerlei beperkingen in het dagelijkse leven. Vooral bij oudere patiënten leidt de ziekte vaak tot problemen bij het lopen, traplopen, knielen en boodschappen doen, en daardoor bij het functioneren. Over veranderingen in de tijd is echter weinig bekend. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat problemen in het functioneren samenhangen met biomechanische, psychologische en klinische factoren. Maar onbekend is of deze factoren ook het beloop van het functioneren kunnen voorspellen. Gabriella van Dijk probeerde inzicht te krijgen in het beloop van het functioneren bij oudere patiënten met artrose van heup of knie en de factoren die dat beloop voorspellen. Zij volgde daarvoor met tests en vragenlijsten drie jaar lang 237 patiënten met artrose aan heup of knie uit ziekenhuizen en revalidatiecentra.

Voorspellers
“Drie jaar is eigenlijk te kort om achteruitgang vast te stellen. Beperkingen in activiteiten bleven gedurende drie jaar relatief stabiel. Maar er bestaan grote verschillen tussen patiënten. Sommigen verslechteren, anderen niet. Het is dus van groot belang voorspellende factoren te herkennen.” Van Dijk vond dat comorbiditeit, en een toename van pijn, vermindering van beweeglijkheid en spierkracht binnen een periode van één jaar, verslechtering van het functioneren na drie jaar voorspellen. Daarnaast speelt relatief slecht cognitief functioneren een kleine rol. Bij knieartrose is vitaliteit eveneens van invloed. Een lage vitaliteit, bijvoorbeeld ‘moe voelen’ en geen energie hebben, voorspelt verslechtering van het functioneren na drie jaar.

Met deze resultaten kunnen behandelaars het beloop bij individuele patiënten inschatten en de kwetsbaardere patiënten selecteren. Bovendien benadrukken de resultaten van dit onderzoek dat interventies ontwikkeld moeten worden waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de artrose maar ook met de verschillende bijkomende ziekten van patiënten.