Vitaliteitspakket kabinet te mager

0
671

‘Hoewel in het aangekondigde Vitaliteitspakket van het kabinet gesproken wordt over investeren in alle generaties, zijn de meeste maatregelen gericht op 55-plussers. Als men pas bij oudere werknemers aan hun vitaliteit begint te werken, dan is men te laat. Het gaat erom dat iedere werkende vitaal de arbeidsmarkt betreedt, en deze ook vitaal verlaat na zijn pensioen!’ Dat stelt prof. dr. Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar aan de Open Universiteit in het Strategisch Human Resource Management, in het bijzonder Vitaliteitsmanagement in haar oratie.

Ze spreekt haar inaugurale rede Vitaliteitsmanagement: Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden uit bij de aanvaarding van haar leerstoel op vrijdag 16 september 2011 in Heerlen. Deze bijzondere leerstoel bij de faculteit Managementwetenschappen van de Open Universiteit wordt gefinancierd door Loyalis NV.

Vitaliteitsmanagement behelst alle activiteiten van organisaties om hun medewerkers vitaal te houden zodat ze langer met plezier doorwerken en tijdens hun hele loopbaan optimaal functioneren.

Vitaliteitspakket kabinet
In Nederland zorgt de vergrijzing van de bevolking en de groeiende schaarste op de arbeidsmarkt ervoor dat de overheid wil stimuleren dat mensen zo lang mogelijk aan het werk blijven. Prof. Tinka van Vuuren plaatst in haar oratie kritische kanttekeningen bij het Vitaliteitspakket waarvan minister Kamp voor de zomer de hoofdlijnen bekend maakte en de precieze invulling volgt op Prinsjesdag. De insteek van het pakket is goed, maar de uitwerking is te mager. Het gaat het nog steeds alleen om het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Een belangrijke kans blijft liggen. Dezelfde maatregelen kunnen immers bijdragen aan het versterken van het functioneren, gezondheid en welbevinden van alle werknemers, en niet alleen van de werknemers die minder vitaal zijn.

Hrm en vitaliteitsmanagement
Het denken over arbeid en gezondheid verschuift. Waar het vroeger vooral ging om het voorkomen van ziekte en uitval, gaat het nu om het bevorderen van welzijn, employability en gezondheid. Deze ontwikkelingen vragen om een personeelsbeleid gericht op het bevorderen van vitale (oudere én jongere) werknemers in een vitale organisatie. In de oratie schetst Van Vuuren hoe vitaliteitsmanagement bijdraagt aan het met ple-zier, gezond en productief aan het werk zijn en blijven. Met als ultiem doel de medewerkers tot aan hun AOW (en misschien zelfs erna) vitaal aan het werk te houden. Niet alleen door gedragsverandering van de medewerker (scholing, mobiliteit, bedrijfsfitness), maar ook door nieuwe organisatievormen die recht doen aan de kennis, het initiatief en het verantwoordelijkheidsbesef bij werknemers.

Over Tinka van Vuuren
Prof. dr. Tinka van Vuuren (1959) studeerde psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze was van 1984 tot 1992 als onderzoeker en docent werkzaam aan de VU (vakgroep Sociale psychologie) en promoveerde er in 1990 met het proefschrift ‘Met ontslag bedreigd. Werknemers in onzekerheid over hun arbeidsplaats bij veranderingen in de organisatie’. Na achtereenvolgens werkzaam te zijn geweest als adviseur bij het ministerie van VROM en onderzoeker/adviseur bij TNO ging Van Vuuren in 2006 werken bij Loyalis Kennis en Consult als adviseur voor human resource management in de overheid- en onderwijssector. Ze bleef publiceren over o.m. employability en is reviewer voor verschillende (wetenschappelijke) tijdschriften. Tinka Van Vuuren is sinds 2006 voorzitter van de sectie Arbeid & Gezondheid van het Nederlands Instituut van Psychologen.