Vierdaagseonderzoek focust op hart- en vaatziekten én warm weer

    0
    440

    Het onderzoeksteam van inspanningsfysioloog prof. Maria Hopman van het UMC St Radboud richt zich tijdens de 94ste Vierdaagse op wandelaars met hart- en vaatziekten én op de warme weersomstandigheden.

    Maria Hopman en haar team doen voor de vierde maal onderzoek naar het effect van fysieke inspanning onder wandelaars van de Nijmeegse Vierdaagse. Het onderzoeksteam heeft net als voorgaande jaren twee mogelijke onderzoeken in voorbereiding: een onderzoek gericht op lichamelijke inspanningen van wandelaars met hart- en vaatziekten en een onderzoek naar de fysieke omstandigheden van wandelaars die in hoge temperaturen een zware prestatie moeten leveren (boven 25C).

    Dit jaar is besloten om niet te kiezen voor één optie, maar om de twee onderzoeken te combineren. Maria Hopman licht toe: ‘Ongeveer een kwart van alle Vierdaagse deelnemers heeft te maken met een vorm van hart- en vaatziekten. Hoge bloeddruk komt hierbij het meest voor. We weten allang dat regelmatig bewegen een positief effect heeft op de gezondheid. Aan de andere kant denken we dat deze mensen mogelijk een verhoogd risico hebben op gezondheidsproblemen als zij zich zwaar inspannen, juist tijdens hoge temperaturen. Gezien de verwachting op warm weer hebben we dan ook besloten beide onderzoeken te combineren.’

    Het onderzoeksteam volgt een groep van honderd wandelaars. Vijftig van hen kampen met hart- en vaatziekten. Het betreft vooral mensen die een hoge bloeddruk hebben en plastabletten gebruiken. Tot de groep behoren ook wandelaars die een hartinfarct hebben gehad. De andere vijftig wandelaars zijn gezond, zij dienen als ‘controlegroep’. Bij alle wandelaars worden de lichaamtemperatuur, hartfrequentie en vochtbalans gemeten, zowel in rust als tijdens het wandelen. Zo staan onderzoekers langs de route om elke vijf kilometer de lichaamstemperatuur en hartfrequentie te meten. Dit jaar worden er speciaal twee hartfilmpjes per wandelaar gemaakt, de eerste in rust en de volgende na de eerste wandeldag. Om de vochtbalans te meten, vinden er bloed- en urinecontroles plaats. Voor dat laatste krijgen de wandelaars onder meer het befaamde meeneemtoiletje uitgedeeld (voor de heren in de vorm van een auto, voor de dames in de vorm van een vijgenblad). Zo krijgen de onderzoekers inzicht in de urineproductie tijdens het wandelen.

    De afgelopen drie jaar zijn al veel waardevolle inzichten opgedaan. Maria Hopman: ‘Het klinkt soms eenvoudig, maar veel drinken is ontzettend belangrijk. Niet alleen tijdens de etappes, maar ook daarna en voorafgaand. Ik raad wandelaars aan om, in de dagen voorafgaand aan de Vierdaagse, ook al regelmatig wat extra water te drinken’.

    Met de wetenschappelijke kennis die wordt opgedaan, adviseert het UMC St Radboud de Vierdaagse organisatie de komende jaren ook nader op het gebied van sport en gezondheid.