Verpleegkundige helpt bij behandeling nierpatiënten

0
722

Een gespecialiseerde verpleegkundige kan taken van de nierspecialist (nefroloog) overnemen bij de behandeling van patiënten met nierfalen. Patiënten worden daardoor beter volgens de richtlijn behandeld. Dat blijkt uit een onderzoek van negen ziekenhuizen geleid door het UMC Utrecht en het UMC St Radboud.

Veel patiënten met een slechte nierfunctie worden niet optimaal behandeld. Artsen halen de behandeldoelen uit richtlijnen niet. Patiënten krijgen bijvoorbeeld wel bloeddrukverlagers, maar hun bloeddruk daalt niet genoeg. Internist-nefroloog Arjan van Zuilen van het UMC Utrecht onderzocht daarom het effect van gespecialiseerde verpleegkundigen op de zorg bij nierfalen.

Verpleegkundige mede-verantwoordelijk
Aan het onderzoek deden 800 patiënten met matig tot ernstig nierfalen in negen ziekenhuizen mee. De ene helft van de patiënten kreeg de normale zorg waarbij de nefroloog verantwoordelijk is. In de andere helft was de verpleegkundige mede-verantwoordelijk voor het halen van behandeldoelen uit de richtlijn. De verpleegkundige mocht daarom ook medicatie wijzigingen onder supervisie doorvoeren. Daarnaast gaf de verpleegkundige leefstijladviezen over beweging, voeding, afvallen en roken.

Na vijf jaar analyseerde Van Zuilen de gezondheid van de patiënten met nierfalen. Patiënten onder behandeling bij de gespecialiseerde verpleegkundigen hadden een lagere bloeddruk, beter cholesterol en minder eiwit in de urine dan de controlegroep. Ze bezochten bovendien minder vaak een arts. Maar de kans op overlijden door hart- en vaatziekten was in de verpleegkundige groep niet lager dan in de controlegroep. De leefstijl van de verpleegkundige groep verbeterde ook niet ten opzichte van de controlegroep. Ongeveer honderd patiënten overleden gedurende vijf jaar door diverse oorzaken. Ook zo’n honderdtien patiënten raakten afhankelijk van nierdialyse of hadden een niertransplantatie ondergaan.

Patiënten zijn beter af
“We hadden verwacht dat de gespecialiseerde verpleegkundigen nog meer effect zouden hebben”, reageert Van Zuilen. “Toch zijn wij overtuigd van de toegevoegde waarde. Patiënten met nierfalen zijn beter af dankzij de begeleiding door een gespecialiseerde verpleegkundige.” Van Zuilen promoveert op 27 oktober 2011 aan het UMC Utrecht op het onderzoek.

Patiënten met nierfalen hebben nauwelijks specifieke klachten. Dankzij de overcapaciteit van de nieren leidt langzame achteruitgang niet meteen tot problemen. Pas als de nierfunctie verslechtert tot tien procent is dialyse of een niertransplantatie nodig. Maar patiënten met een slechtere nierfunctie hebben wel een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Naar schatting kampt in Nederland ongeveer vijf procent van de volwassenen met matig of ernstig nierfalen.

De Nierstichting en Hartstichting betaalden mee aan het Masterplan-onderzoek (Multifactorial Approach and Superior Treatment Efficacy in Renal Patients with the Aid of Nurse Practitioners). Dankzij geld van deze stichtingen konden negen ziekenhuizen een gespecialiseerde verpleegkundige aanstellen voor de duur van het onderzoek.