Verhoogd risico op hart- en vaatziekten bij depressie en angststoornis

0
516

Depressieve en angststoornissen gaan samen met risicovolle veranderingen in de bloedvaten. Deze veranderingen die uiteindelijk leiden tot hart- en vaatziekten kunnen al in een vroeg stadium (subklinisch) worden gemeten. ‘Het lijkt dus raadzaam bij depressie- en angstpatiënten extra aandacht te schenken aan de staat van de hart- en vaatgezondheid’, concludeert Adrie Seldenrijk in haar onderzoek. Zij promoveert op 30 november 2011 bij VUmc en GGZ inGeest. VUmc en partner GGZ inGeest werken intensief aan een integraal aanbod van en onderzoek naar somatische en psychische zorg.

Seldenrijk gebruikte reeds bestaande gegevens van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst en deed extra vaatmetingen in een subgroep. Haar onderzoeksvraag was of een depressie of angststoornis samenhangt met subklinische hart- en vaatziekten (HVZ). Deelnemers waren depressie- of angstpatiënten en gezonde mensen (‘controles’) tussen 18 en 65 jaar. Het onderzoek kwam mede tot stand met steun van de Nederlandse Hartstichting.

Depressieve of angstige mensen bleken driemaal zoveel kans te hebben op vaatvernauwing in de benen dan de controlegroep. Ook toonden zij een toegenomen stijfheid van de vaten rond het hart. Vaatvernauwing – bijvoorbeeld door beschadigingen waarin zich cholesterol, bloedplaatjes en kalk ophopen – kan zorgen voor verstopping. Vaatstijfheid vergroot de kans op vaatwandbeschadigingen en maakt het voor het hart moeilijker om bloed rond te pompen.

Bovendien bleek sprake van een zogenaamde dosisrespons verhouding: degenen met een grotere ernst of duur van de depressie of angstklachten, lieten een grotere vaatstijfheid zien. Laat-ontstane depressie ging bovendien samen met een verdikte halsslagaderwand. Een ongezondere leefstijl hing wel samen met vaatschade, maar verklaarde niet waarom depressieve of angstige mensen meer subklinische HVZ hadden.

Hoewel het onderzoek geen uitsluitsel kan geven over oorzaak en gevolg, blijkt een verhoogd HVZ-risico bij zowel angst als depressie al te ontdekken op subklinisch niveau.