Toenemende vergrijzing vereist nieuwe benadering van welzijn en zingeving

0
703

In de komende 30 jaar zal het aantal ouderen verdubbelen terwijl de totale bevolkingsomvang hetzelfde blijft. Chronische ziekten zullen met vijftig procent toenemen. Dat vereist innovaties in de gezondheidszorg en een andere benadering van welzijn en zingeving ter bevordering van de leefsituatie van ouderen. En hierin spelen religieuze motieven een doorslaggevende rol. Dit betoogt prof. dr. Maarten Verkerk onder meer in zijn oratie Herordening van het sacrale. Religie, ethiek en zorginnovatie die hij op vrijdag 5 februari a.s. uitspreekt in het kader van zijn bekleding van de bijzondere leerstoel Reformatorische Wijsbegeerte aan de Universiteit Maastricht.

Centrale vragen in de oratie van professor Verkerk zijn: hoe verhouden religie en samenleving zich tot elkaar? Wat is de relatie tussen het sacrale en het seculiere? Hij toont aan dat de betekenis van de begrippen ‘sacraal’ en ‘seculier’ in loop van de geschiedenis radicaal veranderd zijn, daarbij gebruik makend van de ideeën van filosofen Bronislaw Szerszynski, Luc Ferry en Herman Dooyeweerd. Deze denkers laten ieder op hun eigen manier zien dat moderniteit niet gekaraktiseerd kan worden als ‘onttovering’ maar als herordening van het sacrale. Szerszynski spreekt over de ‘lange boog van de transcendentale religie’, Ferry over ‘radicale breuken in de cultuur’ en Dooyeweerd over de ‘drijvende kracht van grondmotieven’.

Verkerk gebruikt zijn analyse van het sacrale als opstap voor een nieuwe benadering van de gezondheidszorg. Verkerk onderscheidt vier fenomenen: sacralisering van de medische wetenschap, sacralisering van de markt, sacralisering van het vitale leven en sacralisering van het individu. Hij laat zien dat de verschillende verschijningsvormen van het sacrale in de gezondheidszorg met elkaar op gespannen voet staan en elkaar versterken. Met als gevolg dat de problemen in de gezondheidszorg alleen maar toenemen. De markt streeft altijd naar maximalisatie van de winst en de omzet. Dit gaat ten koste van mensen. Ten slotte verkent Verkerk de relatie tussen religie, ethiek en zorginnovatie aan de hand van een casus: de implementatie van zorgprogramma’s in de psychiatrie, waarbij de nadruk ligt op wat de patiënt wel kan in plaats van op zijn ziekte of afwijking. Deze casus maakt duidelijk dat religieuze motieven van doorslaggevende betekenis kunnen zijn in de ontwikkeling en implementatie van innovatie.

Maarten Verkerk studeerde fysische chemie in Utrecht en promoveerde in 1982 aan de Technische Universiteit Twente. In 2004 promoveerde hij aan de Universiteit Maastricht op het proefschrift An Ethnographical, Ethical and Philosophical Study on Responsible Behaviour in Industrial Organisations. Hij werkte onder meer bij Philips en was van 2003 tot 2007 directeur van het Psychiatrisch Ziekenhuis Vijverdal in Maastricht en is vanaf 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. Daarnaast schreef hij verschillen boeken over de positie van vrouwen en de relatie man-vrouw en over organisatie en bedrijfsethiek.