Vereenvoudiging en beperking kindregelingen

De kindregelingen zijn complex en de kosten zijn de afgelopen vijf jaar met 3 miljard euro gestegen. Het kabinet gaat daarom deze regelingen vereenvoudigen en er ruim 1,5 miljard euro op bezuinigen. Het aantal kindregelingen wordt in de toekomst beperkt. In 2013 wordt een eerste stap gezet door drie van de twaalf regelingen af te schaffen.

Bij de bezuiniging staat het beperken van de armoedeval centraal: iemand die vanuit een uitkering gaat werken, mag er niet op achteruit gaan.

Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurt maandag 6 juni 2011 , mede namens staatssecretaris Weekers van Financiën een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn visie op de kindregelingen uiteenzet en maatregelen aankondigt.

Tegelijk met deze brief stuurt de minister ook een brief aan de Tweede Kamer over bezuinigingen in de kinderopvang en een wijziging van de Wet op het kindgebonden budget.

Kindregelingen
De ‘lappendeken’ van twaalf kindregelingen is voor ouders ondoorzichtig en de regelingen werken elkaar soms tegen. Het kabinet schrapt daarom de kindertoeslag in box 3, de aftrek van de kosten voor levensonderhoud van kinderen en de ouderschapsverlofkorting.

De kosten van de kindregelingen worden beperkt tot ongeveer 9 miljard euro, dat is gelijk aan de kosten van het niveau van 2008. De maatregelen treffen iedereen, ook de mensen met de laagste inkomens omdat zij veel gebruik maken van de kindregelingen. Het kabinet neemt voor deze laatste groep een aantal verzachtende maatregelen.

Maatregelen kinderopvang
De overheidsuitgaven voor kinderopvang zijn de laatste jaren verdrievoudigd, van 1 miljard euro in 2005 naar ruim 3 miljard euro in 2010. Uitgangspunt was dat een derde van de kosten door overheid, een derde door werkgevers en een derde door ouders zou worden betaald. Ouders betaalden in 2010 echter gemiddeld minder dan een vierde. Het kabinet brengt meer evenwicht in deze verdeling. De maatregelen leiden er toe dat de bijdrage van de overheid en werkgevers samen daalt van 78 procent in 2010 naar 66 procent in 2015. Die van de ouders stijgt van 22 procent in 2010 naar 34 procent in 2015.

Het kabinet neemt daartoe verschillende maatregelen op het gebied van de kinderopvang:

-De ouderbijdrage wordt voor alle kinderen verhoogd met 16,25%.

– Er komt een vaste bijdrage voor iedereen, ongeacht het inkomen, van ongeveer 15 euro per maand.

– De kinderopvangtoeslag wordt gekoppeld aan het aantal gewerkte uren.

– De toeslag voor het tweede en volgende kind wordt voor de hoogste inkomens versneld afgebouwd en komt voor de hoogste inkomens uit op 58,2 procent. Voor de hoogste inkomens is de kinderopvangtoeslag voor deze kinderen nu ruim 82%.

– De maximum uurtarieven worden in 2012 niet geïndexeerd.

-De hoogste inkomens, vanaf een gezamenlijk inkomen van ongeveer 130.000 euro ontvangen vanaf 2013 geen kinderopvangtoeslag meer voor hun eerste kind.

Door deze combinatie van maatregelen worden lage inkomens en (alleenstaande) ouders met grote banen relatief ontzien, omdat de kosten van een extra uur opvang minder snel stijgen. Zeventig procent van de ouders die gebruik maken van kinderopvang gaat er in 2013 maximaal twee procent op achteruit. 27 procent gaat er tussen de twee en vijf procent op achter uit. Ouders met een minimuminkomen met twee kinderen die twee dagen in de week gebruik maken van dagopvang betalen in 2012 22 euro per maand meer, ouders met een inkomen van 3,5 keer modaal betalen 99 euro per maand meer. In 2013 komt daar voor de groep met een minimuminkomen 15 euro bij. Voor de hoogste inkomens komt er in 2013 191 euro bij. Het totaal van de bezuinigingen op de kinderopvang bedraagt 774 miljoen euro.

Maatregelen kindgebonden budget
Het kindgebonden budget is een tegemoetkoming in de kosten voor kinderen voor ouders met een laag inkomen. Een bezuiniging hierop is nodig, omdat de uitgaven zijn gestegen van 600 miljoen euro in 2006 naar 1 miljard euro in 2011.

Het kabinet neemt de volgende maatregelen:

– Het kindgebonden budget wordt beperkt tot twee kinderen.

– Het wordt afgeschaft voor ouders met een vermogen van meer dan 100.000 euro.

– De verhoging van de bedragen in 2011 wordt niet gecontinueerd.

– Het kindgebonden budget wordt niet gecorrigeerd voor de inflatie van 2012 tot en met 2015.

De maatregelen leveren een besparing op van 200 miljoen euro in 2012, oplopend tot 250 miljoen euro in 2015. De vermogenstoets wordt van kracht in 2013, de overige maatregelen in 2012.