Veneuze trombo-embolie beter opsporen

0
632

Het stellen van de diagnose veneuze trombo-embolie (VTE) is lastig. Het gaat via richtlijnen, gebaseerd op de combinatie van klinische waarschijnlijkheid (CDR) en de waarde van de D-dimeer (DD), een maat voor vorming en afbraak van een stolsel.

In zijn onderzoek wilde Fred Haas een test maken waarmee artsen met zekerheid de diagnose kunnen uitsluiten en het aantal vals-positieve resultaten verminderen. Veneuze trombo-embolie veroorzaakt een diep veneuze trombose (DVT) en/of longembolie.

Hij vergeleek een aantal DD-bepalingen op basis van sensitiviteit en specificiteit. Geen van de DD-bepalingen kon zonder aanvullende informatie worden gebruikt. Omdat zowel de CDR als DD leeftijdsafhankelijk zijn, onderzocht hij de combinatie ervan.

Uitsluiting van DVT is veilig, maar weinig effectief voor ouderen; verhoging van de afkapwaarde van de DD bij ouderen verlaagt het aantal vals-positieven.

Promotie
Promovendus: Fred Haas
Faculteit: Faculteit Geneeskunde
Proefschrift: Veneuze trombo-embolie beter opsporen
Promotor 1: Prof. dr. D.H. Biesma
Promotor 2: Prof. dr. W.W. van Solinge
Copromotor 1: Dr. R.E.G. Schutgens
Copromotor 2: Dr. C. Kluft
Datum en tijd: 8/5/2012, 14:30 uur
Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht