Vegetarische vis eet graag vlees

De graskarper – een strikte vegetariër, zo werd gedacht – blijkt bij voorkeur vlokreeftjes te eten. Tijdens haar onderzoek naar de voedselkeuze van vissen stuitte NWO-onderzoeker Liesbeth Bakker op deze ontdekking.

De ontdekking zet bestaande denkbeelden over de relatie tussen plant en dier op zijn kop. Plantenetende vissen blijken daarnaast niet alle onderwaterplanten even graag te eten. Dit betekent dat zij met hun graasgedrag een belangrijke invloed hebben op de onderwatervegetatie.

De gedachte dat herbivoren in het water net als op het land voorkeur hebben voor bepaalde planten, ligt voor de hand. Maar wat de menukeuze van onderwatergrazers bepaalt, is nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. Liesbeth Bakker, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) nam samen met onderzoeker Martijn Dorenbosch de proef op de som. Ze schotelde in aquaria ruisvoorns en graskarpers vijf soorten waterplanten voor. Voor en na het experiment woog ze de hoeveelheid plantenmateriaal. Zo kon ze eenvoudig uitrekenen hoeveel groenvoer de vissen hadden gegeten.

Overschakelen op vlees
De waterplant met de meeste anti-vraatstoffen stond onderaan de menukaart van de vissen. Logisch, want die plant is het minst smakelijk. Daarna kwamen de planten met een steeds hogere voedingswaarde, gemeten in de verhouding tussen koolstof en stikstof. Verreweg favoriet was de waterplant met het hoogste stikstofgehalte, een belangrijke voedingsstof voor dieren. Toen zag Bakker iets vreemds: ‘Als we de vissen lieten kiezen tussen de lekkerste plant en vlokreeftjes, aten ze eerst de kleine waterdiertjes op voordat ze aan de planten begonnen. Voor de ruisvoorn ligt dat voor de hand. Dat is een omnivoor. Maar van de graskarper, een herbivoor, hadden we dat helemaal niet verwacht. Hij schakelde gewoon over op vlees eten. Een goede keus, dat wel. De vlokreeftjes bevatten namelijk veel meer stikstof dan planten. Maar met zo’n resultaat vraag ik me serieus af of strikte vegetariërs wel bestaan onder water.’

Waterbeheer
De vondst dat vissen voorkeur hebben voor bepaalde waterplanten heeft volgens Bakker gevolgen voor het beheer van oppervlaktewater. De dieren beïnvloeden met hun eetgedrag immers de vegetatiesamenstelling. Nu zetten waterschappen soms graskarpers in als onderwatermaaimachines. Sloten die dreigen dicht te groeien met waterplanten worden door de vissen open gehouden. Doorstroming van het water blijft dan mogelijk. Nu blijkt dat vissen niet zomaar elke waterplant eten, vraagt dit om verder onderzoek. Bakker: ‘Waterplanten zijn belangrijk om het water helder te houden. De ene waterplant doet dat beter dan de andere. We moeten weten welke planten de vissen laten staan en welke niet. Dan kunnen we het effect van hun graasgedrag beter voorspellen, net zoals bij Schotse hooglanders op de Veluwe.’

Een artikel van Bakker over haar onderzoek verscheen in september in het wetenschappelijk tijdschrift Freshwater Biology. Bakker doet onderzoek met een Veni van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De Veni-subsidie van 250.000 euro is bedoeld voor recent gepromoveerde wetenschappers en geldt als een belangrijke stap in een wetenschappelijke carrière.