Vaker zelf betalen voor receptgeneesmiddelen

0
752

Nederlandse apotheken verstrekten in 2011 voor meer dan 150 miljoen euro aan receptgeneesmiddelen die niet voor vergoeding vanuit het basispakket in aanmerking kwamen. Dit bedrag neemt de laatste jaren toe. Aan anticonceptiemiddelen werd vorig jaar ruim 64 miljoen euro niet vergoed.

Het overgrote deel van de receptgeneesmiddelen dat in Nederland beschikbaar is, wordt vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De rest is van vergoeding uitgesloten of wordt slechts onder voorwaarden vergoed. Dit laatste geldt de afgelopen jaren voor meer en meer geneesmiddelgroepen. Receptgeneesmiddelen bij erectiestoornissen en bij beginnende kaalheid zijn al vele jaren volledig van vergoeding uitgesloten. Ze zijn niet in het Geneesmiddelvergoedingssysteem (GVS) opgenomen. Dat geldt ook voor de geneesmiddelen die worden ingezet bij het stoppen met roken. Uitsluitend gedurende 2011 behoorden deze middelen echter tot de categorie geneesmiddelen die onder voorwaarden wel uit de basisverzekering werden vergoed.

Stoppen met roken
Met ingang van januari 2011 werden Stoppen-met-roken (SMR) programma’s waarin op gedragsverandering gerichte interventies op de voorgrond stonden, volledig vergoed uit de basisverzekering. Dat was ook het geval voor de receptplichtige en de niet-receptplichtige geneesmiddelen die stoppen met roken ondersteunen, als ze binnen deze programma’s werden toegepast. Omdat de vergoeding van deze geneesmiddelen niet uit het budget van de farmaceutische hulp werd gefinancierd, veranderde ook de vergoedingsstatus van de middelen niet. Zorgverzekeraars die de SMR-programma’s moesten betalen, troffen speciale maatregelen om te kunnen controleren of de middelen volgens de voorwaarde binnen de SMR-programma’s werden gebruikt. Een van de vereisten was een verklaring van de behandelaar. Voor de verstrekking verwezen sommige grote verzekeraars hun verzekerden exclusief naar landelijk werkende apotheken. Per januari 2012 is de maatregel aangepast. De op gedragsverandering gerichte SMR-programma’s blijven vergoed, maar de geneesmiddelen, die daarbij ter ondersteuning worden gebruikt, niet meer.

In 2011 registreerde de SFK een bedrag van € 18,6 miljoen aan uitgaven aan receptplichtige SMR-middelen. Hierbij is het de SFK, gelet op het bovenstaande, niet bekend wie uiteindelijk de rekening hiervoor betaalde, de potentiële stopper zelf of de verzekeraar.

Anticonceptiva
Vanaf 2011 vallen ook de anticonceptiva onder de voorwaardelijke vergoeding. Voor vrouwen vanaf 21 jaar komen anticonceptiva niet meer voor vergoeding uit de basisverzekering in aanmerking. Voor deze groep vrouwen bedroegen in 2011 de uitgaven aan orale anticonceptiva € 46,2 miljoen en die aan lokale anticonceptiva € 18 miljoen. Anticonceptiva komen wel voor rekening van de basisverzekering, als ze door vrouwen vanaf 21 jaar worden toegepast bij een aantal specifieke indicaties, waarbij anticonceptie niet het doel is. Omdat de SFK niet over de reden van voorschrijven beschikt, is niet bekend hoe groot dat deel is.

Slaap en kalmering
Sinds 2010 worden slaap-en kalmeringsmiddelen niet meer vergoed, tenzij ze worden gebruikt bij een aantal specifieke toepassingen. Van de uitgaven aan slaapmiddelen kwam in 2011 een bedrag van € 26 miljoen niet voor vergoeding in aanmerking. Voor de kalmeringsmiddelen was dat € 24,7 miljoen. Voor beide was dit een geringe daling ten opzichte van 2010. In dat jaar bedroegen die uitgaven respectievelijk € 27 miljoen en € 26,6 miljoen.

Overige
Geneesmiddelen bij erectiestoornissen komen nimmer voor vergoeding in aanmerking, evenals die bij beginnende kaalheid. Aan deze geneesmiddelen werd respectievelijk € 20 miljoen en € 3 miljoen uitgegeven. Ook geneesmiddelen die profylactisch worden toegepast bij reizen naar verre landen worden niet vergoed. In 2011 werd € 10,7 miljoen aan malariaprofylaxe en € 1 miljoen voor injecties tegen bacteriële infecties (tyfus) en virale infecties (gele koorts) uitgegeven.

Tot slot verstrekten apotheken in 2011 voor € 350.000 aan ‘gewone’ griepinjecties voor mensen die niet aanmerking komen voor deelname aan de landelijke griepprikcampagne.