Vaatweefsel van vaatpatiënt voorspelt nieuwe ziekte

    0
    647

    Uit de samenstelling van de wand van een verkalkte halsslagader kunnen onderzoekers van het UMC Utrecht afleiden hoeveel kans een vaatpatiënt maakt op nieuwe vaatproblemen. Chirurg in opleiding Wouter Peeters beschrijft deze resultaten, die hij binnenkort publiceert in het tijdschrift Circulation, in zijn proefschrift van 15 april.

    Peeters volgde 818 patiënten waarbij aderverkalking (atherosclerotische plaque) uit de halsslagader verwijderd was. Na drie jaar hadden 196 patiënten een hart- of herseninfarct gekregen of waren overleden. Patiënten met een bloedstolsel of een verhoogde dichtheid van bloedvaten in de plaque blijken daarop een 1,7 of 1,4 maal verhoogde kans te hebben. Microscopisch waarneembare eigenschappen van de plaque voorspellen dus het algehele risico op nieuwe vormen van vaatlijden.

    “Wij laten zien dat de eigenschappen van een klein stukje ziek bloedvat een voorspellende waarde kan hebben voor toekomstige vaatziekten in het héle lichaam. Dit inzicht, met als slogan ‘tissue is the issue’, wint langzaam terrein.”

    Peeters verwacht dat analyse van stukjes verkalkte slagader artsen kan helpen patiënten met een extra groot risico op nieuwe acute vaatproblemen op te sporen. Momenteel is alleen van patiënten die een operatie of catheterisatie ondergaan weefsel beschikbaar. Maar wereldwijd vinden jaarlijks meer dan twee miljoen chirurgische of endovasculaire interventies plaats waarbij stukjes verkalkt bloedvat verkregen kan worden voor onderzoek.

    Tot nu toe blijken de algemene risicofactoren van hart- en vaatziekten (leeftijd, geslacht, bloeddruk en cholesterolgehalte) te onnauwkeurig om het risico van de individuele patiënt te voorspellen op acute gebeurtenissen van aderverkalking. Ook mogelijke risicofactoren uit bloedonderzoek blijken onvoldoende om het risico op acute vaatproblemen te bepalen.

    Het onderzoek van Peeters en collega’s moet uiteindelijk leiden tot een zo nauwkeurig mogelijk risicoprofiel van de individuele patiënt op het krijgen van het krijgen van acute vaatproblemen. Naast microscopisch waarneembare eigenschappen, heeft Peeters ook enkele moleculaire factoren in de plaque ontdekt die sterk bijdragen aan het risicoprofiel van de individuele patiënt. Dat zijn mogelijke aanknopingspunten voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen.

    Peeters’ onderzoek is gebaseerd op gegevens van de Athero-Express biobank, een weefselbank die inmiddels meer dan 2500 plaques bevat en daarmee de grootste in de wereld in zijn soort is. De weefsels zijn verzameld in het Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het UMC Utrecht. Prof. dr. Gerard Pasterkamp en vaatchirurg prof. dr. Frans Moll van het UMC Utrecht begeleidden Peeters tijdens zijn promotieonderzoek.