Uitvoering energiebesparingsbeleid sinds 1995 te zwak

0
633

Sinds 1995 besparen burgers, bedrijven en overheid minder energie dan de opeenvolgende kabinetten wilden. Het was tijdig bekend dat het halen van de doelen van deze kabinetten alleen zou lukken als vrijwel alle maatregelen werden uitgevoerd. Dat is niet gebeurd: de uitvoering van het beleid was onvoldoende effectief. Dit staat in het rapport Energiebesparing: ambities en resultaten dat op 5 oktober 2011 verschijnt. De Algemene Rekenkamer doet in het rapport ook aanbevelingen om de maatregelen van het huidige kabinet gericht op energiebesparing te versterken.

Energiebesparing draagt bij aan het omlaag brengen van de CO2-uitstoot. Toename van het gas koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer wordt gezien als oorzaak van de opwarming van de aarde. Bovendien gaan de eindige voorraden fossiele brandstoffen door energiebesparing langer mee en wordt de afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen verminderd.

Het kabinet-Rutte/Verhagen heeft besloten geen nationale doelen bovenop Europese doelen te stapelen. Daarom is er geen nationaal doel meer voor energiebesparing. In Europees verband gelden de volgende drie globale energie- en klimaatdoelen voor 2020: 20% minder uitstoot van CO2 dan in 1995; 20% minder energieverbruik dan bij doorgaande groei vanaf 2005 en 20% van de energieopwekking op duurzame wijze.

Grote energieverbruikers: wel belastingvoordeel, geen bindende afspraken
In het rapport heeft de Algemene Rekenkamer extra aandacht voor de energie-intensieve industrie. De geringe energiebesparing in deze sector is volgens de Algemene Rekenkamer onder meer te verklaren door steeds verder afzwakken van instrumenten. Zo is het Convenant Benchmarking, waarin energie-intensieve bedrijven en overheid afspraken maken over energiebesparing, grotendeels losgelaten. De Algemene Rekenkamer schrijft dat dit convenant daardoor geen effect heeft gehad. De bedrijven behielden wel de gedeeltelijke vrijstelling voor de energiebelasting. Tot 2005 bestond er voor de energie-intensieve industrie een wettelijke verplichting tot energiebesparing. Deze is met de invoering van de Europese CO2-emissiehandel afgeschaft.

Negatieve wisselwerking emissiehandel en nationaal beleid: op te lossen
Al in 2007 vroeg de Algemene Rekenkamer aandacht voor de gevolgen van het zogenoemde ‘waterbedeffect’. Energiebesparing die met Nederlands belastinggeld wordt gerealiseerd bij deelnemers van het Europese CO2-emissiehandel systeem leidt tot een lagere CO2-uitstoot. Daardoor houden zij CO2-emissierechten over. Deze rechten zullen – al dan niet na verkoop – vroeg of laat worden gebruikt, in Nederland of ergens anders in de EU. De CO2 winst die door energiebesparing in Nederland wordt gerealiseerd is dan teniet gedaan. Volgens de Algemene Rekenkamer kan het energiebesparingsgeld effectiever worden ingezet door het rijksbeleid meer te richten op bedrijven die niet deelnemen aan emissiehandel, of op innovaties die tot energiebesparing op de lange termijn leiden.

Overzicht resultaten besparingsmaatregelen wenselijk voor Tweede Kamer
Energiebesparing omvat veel verschillende activiteiten waaronder subsidies om besparing aan te moedigen. Onlangs heeft het kabinet mede in dit kader de zogenoemde ‘Green Deals’ bekendgemaakt die afspraken met diverse partijen behelzen, mede gericht op energiebesparing. Het beeld is dus divers. Bovendien zijn verschillende bewindspersonen verantwoordelijk: behalve Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor de land- en tuinbouw en de energie- en industriesector zijn dat Infrastructuur & Milieu voor verkeer- en vervoer en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) voor de gebouwde omgeving. Dat maakt het voor de Tweede Kamer lastig om de resultaten en effectiviteit van het beleid te volgen. De Algemene Rekenkamer vindt dat het kabinet-Rutte/Verhagen duidelijke rapportages moet maken waarin ook de onderlinge samenhang tussen de diverse onderdelen van het beleid naar voren komt.

Reactie minister van EL&I en nawoord Algemene Rekenkamer
De minister van EL&I, die ook namens zijn collega’s van I&M en BZK heeft gereageerd, weerspreekt in zijn reactie niet dat de uitvoering van het beleid van voorgaande kabinetten steeds te zwak is geweest in verhouding tot de gestelde doelen.
De minister verwacht de Europese doelstelling om CO2-uitstoot te verminderen wel te halen. De Algemene Rekenkamer twijfelt hieraan op basis van haar onderzoek.

De minister van EL&I heeft in 2009 opnieuw ingezet op een convenant. De minister verwacht dat deze nieuwe afspraak zal helpen om de energie-intensieve industrie te laten investeren in energiebesparing. Waar de minister deze positieve verwachtingen op baseert wordt niet duidelijk. De minister zou de Tweede Kamer hierover moeten informeren.

De minister is het gedeeltelijk eens met de aanbevelingen om de negatieve wisselwerking tussen Nederlands en Europees beleid te verminderen. De Algemene Rekenkamer gaat er vanuit dat de minister deze aanbevelingen een adequaat vervolg geeft en zo de negatieve wisselwerking zal verminderen.