Uitval revalidatiebehandeling onder allochtonen twee keer hoger dan bij autochtone patiënten

0
504

Uitval uit de revalidatiebehandeling onder patiënten met een niet-Nederlandse achtergrond is twee maal hoger (28.1%) dan onder autochtone patiënten (13.7%). Dit blijkt uit promotieonderzoek van ergotherapeut en onderzoeker Maurits Sloots.

De belangrijkste reden voor beëindiging van de behandeling is dat allochtone patiënten andere verwachtingen hebben over de inhoud van de revalidatiebehandeling dan de hulpverleners. Bovendien komt er vaak geen goede vertrouwensrelatie tot stand en worden communicatieproblemen onvoldoende opgelost wat het behandelproces verstoort. Sloots promoveerde in december aan VU medisch centrum.

De laatste decennia wordt een groeiend aantal allochtone patiënten behandeld in de Nederlandse revalidatiesector. Sloots onderzocht barrières in het revalidatieproces voor deze patiënten en mogelijke oplossingen daarvoor. De focus lag op patiënten met chronische aspecifieke lage rugpijn. Naast de bovengenoemde redenen zijn andere factoren voor uitval: gebrek aan erkenning van de pijnklachten en tegengestelde visies van artsen uit het land van herkomst van de patiënt over de oorzaak en de behandeling van chronische pijn.

De onderzoeker vond verder dat maar in 44% van de revalidatie-instellingen het pijnbehandelprogramma is aangepast aan allochtone patiënten. Daarbij geldt dat bij revalidatie-instellingen die een hoog percentage allochtone patiënten behandelen dit vaker het geval is dan bij instellingen met een laag percentage.