Twentse samenwerking in de gynaecologische oncologie werpt zijn vruchten af

0
736

Tijdens het congres van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie op donderdag 10 november 2011 in Papendal, presenteren Twentse gynaecologen gunstige 5 jaars-overlevingsresultaten voor diverse kankersoorten in de gynaecologie.

“Een belangrijke voorwaarde om de overlevingskansen voor gynaecologische patiënten met kanker verder te verbeteren”, zegt gynaecoloog-oncoloog Eltjo Schutter van ziekenhuis Medisch Spectrum Twente te Enschede, “is een goede samenwerking tussen de diverse disciplines die bij de diagnose en de behandeling zijn betrokken: de gynaecoloog-oncoloog, de internist-oncoloog, de radiotherapeut, de patholoog, de radioloog en de oncologieverpleegkundigen”.

Medisch Spectrum Twente (MST) is naast Eindhoven één van de twee niet-academische centra in ons land voor gynaecologische oncologie. MST werkt hiertoe nauw samen met de naburige ZGT in Hengelo en Almelo in een regionaal gynaecologisch oncologisch netwerk, een samenwerkingverband dat aan de wieg heeft gestaan van de mooie resultaten die tot nu toe zijn geboekt.

Uit de Nederlandse Kanker Registratie blijkt dat patiënten met gynaecologische kanker in de regio Twente het qua overleving iets beter doen dan vergeleken met geheel Nederland. “We zitten aan de goede kant van het gemiddelde”. Voor enkele vormen van kanker is de 5-jaarsoverleving (dat is de algemeen gehanteerde maat in de kankerregistratie) zelfs significant hoger (dus beter) dan in de andere centra.

Tijdens het najaarscongres presenteert gynaecoloog-oncoloog Schutter de Twentse resultaten. Via http://www.mst.nl/gynaecologie/overleven-in-twente.pdf zijn de grafieken die hij zal tonen te zien.

“Uiteraard draait het allemaal om de patiënten en de uitkomsten van de behandeling”, aldus Eltjo Schutter. “Voor de patiënten doen we het, wij verplichten ons tot het aanbieden van de best denkbare behandeling op korte afstand. We zijn er trots op dat we voor de regio Twente dergelijke resultaten kunnen presenteren waarmee wij de vergelijking met academische centra en met de rest van Nederland glansrijk doorstaan”.