Tweehonderdste hartpatiënt ondergaat celtherapie

0
796

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heeft onlangs de tweehonderdste hartpatiënt behandeld met intramyocardiale celtherapie. Bij deze innovatieve behandeling krijgt de patiënt geselecteerde cellen uit zijn eigen beenmerg ingespoten in de hartspier. De behandeling leidt tot een betere doorbloeding en functie van het hart en vermindert de klachten.

Lichaamseigen
Celtherapie heeft vooral waarde voor patiënten met pijn op de borst of hartfalen bij wie andere behandelingen niet (meer) werken. “De injectie met lichaamseigen beenmergcellen zorgt voor een betere hartdoorbloeding – dat kunnen we meten met nucleaire scans – en een verbeterde hartpompfunctie”, vertelt dr. Douwe Atsma (LUMC). “Soms zie je patiënten die al jarenlang de deur niet uitkwamen, opeens weer op vakantie gaan. Dat is natuurlijk geweldig.”

Groeifactoren
Oorspronkelijk was de gedachte dat stamcellen uit het beenmerg zich zouden ontwikkelen tot nieuwe hartspiercellen en bloedvaten. “Die bloedvaten zien we wel verschijnen, maar hartspiercellen ontwikkelen zich blijkbaar niet zo gemakkelijk”, aldus Atsma. Waarschijnlijk berust het positieve effect van celtherapie voor een groot deel op groeifactoren die de beenmergcellen in het hart produceren, waardoor cellen uit het hart zelf nieuwe bloedvaten vormen.

Behandeling
Bij celtherapie ondergaan patiënten eerst een beenmergpunctie om cellen te oogsten. Na selectie in het lab volgt nog diezelfde dag een injectie in de hartspier. De cardioloog brengt daartoe via de lies een catheter in de linkerhartkamer en bepaalt met een geavanceerde driedimensionale beeldvormende techniek op welke locatie in het hart de injectie nodig is. Patiënten zijn lokaal verdoofd en ondervinden weinig hinder van de behandeling.

In oktober 2003 onderging de eerste patiënt deze bewezen veilige behandeling in het LUMC. Inmiddels zijn tweehonderd patiënten geholpen. Het LUMC is in Nederland het enige centrum dat deze celtherapie op zulke grote schaal aanbiedt.