Trombose in aders en slagaders blijken verwante ziekten

0
712

Decennialang werd gedacht dat trombose in aders en slagaders verschillende ziektes zijn vanwege grote verschillen in de samenstelling en ontstaanswijze van de bloedstolsels en risicofactoren. Onderzoeker Inge van Schouwenburg van het Universitair Medisch Centrum Groningen heeft aangetoond dat beide soorten trombose aan elkaar verwant zijn.

Mensen die zonder aanwijsbare oorzaak trombose ontwikkelen in een ader, hebben in het jaar daarop een driemaal hogere kans op trombose in een slagader. De belangrijkste vormen van slagaderlijke trombose zijn een hart- en herseninfarct. Volgens Van Schouwenburg kan, na het doormaken van trombose in een ader, goede screening op specifieke risicofactoren voor hart- en herseninfarcten tot betere preventie leiden. Van Schouwenburg promoveert op 14 november 2012 op de resultaten van haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Trombose treft jaarlijks een groot aantal mensen. Ongeveer 25.000 personen in Nederland krijgt trombose in een ader (veneuze trombose). De Nederlandse Hartstichting schat dat in 2007 ongeveer 15.700 mannen en 10.800 vrouwen trombose in een hartslagader kreeg met een hartinfarct als gevolg. Ook schatten zij dat in 2009 ongeveer 37.000 een beroerte kregen als gevolg van trombose; het betreft evenveel mannen als vrouwen. De kans op trombose neemt toe op oudere leeftijd.

Bloedvaten
Trombose ontstaat als gevolg van beschadigingen in de wand van de bloedvaten, of door veranderingen in de stroming of samenstelling van het bloed. Van Schouwenburg stelt dat de bloedstolsels op een verschillende manier ontstaan bij trombose in aders en slagaders, maar dat beide vormen een aantal gezamenlijke risicofactoren hebben. Dit is waarschijnlijk de oorzaak dat een eenmaal doorgemaakte veneuze trombose, die zonder duidelijke aanwijsbare oorzaak is ontstaan, leidt tot een driemaal hogere kans op trombose in een slagader in het daaropvolgende jaar. Dit betekent dat artsen trombose in aders en slagaders meer als verwante ziektes zouden moeten behandelen.

Screening risicoprofiel
Van Schouwenburg heeft voor haar onderzoek gebruik gemaakt van informatie uit de PREVEND studie, waaraan een groot deel van de Groningse bevolking deelneemt. Zij stelde vast dat een aantal risicofactoren zowel een rol speelt bij trombose in aders als in slagaders. Dit geldt voor overgewicht, eiwit in de urine, en afwijkingen in de hoeveelheid stollingsfactoren. Daarnaast zijn er risicofactoren die een grotere rol spelen bij de ene of de andere vorm van trombose. “Patiënten die trombose in een ader hebben doorgemaakt, moeten beter gescreend worden op risicofactoren die specifiek zijn voor trombose in slagaders,” aldus Van Schouwenburg. “Op die manier kunnen we de preventie op hart- en herseninfarcten verbeteren.”

Curriculum Vitae
Drs. Inge van Schouwenburg (Zwitserland, 1984) studeerde Bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij deed haar onderzoek bij de afdeling Hematologie van het UMCG en GUIDE Research Institute for Drug Exploration. De titel van haar proefschrift is ‘Venous and arterial thromboembolism: a questionable dichotony.’