Toezicht op zedendelinquenten door de politie

0
751

Het toezicht op zedendelinquenten die hun straf hebben uitgezeten is vooral een taak van de reclassering maar politie en bestuur zijn er ook bij betrokken. Anders dan bij de reclassering, is de rol van de politie bij het toezicht op zedendelinquenten nog te weinig geregeld.

Privacy of risico recidive
In de praktijk ligt de toezichttaak veelal bij de wijkagent. Deze ziet zich gesteld voor de afweging hoe het recht op privacy van de zedendelinquent af te wegen tegen het risico van recidive en onrust en onveiligheidsgevoelens in de buurt. De wijkagent moet zijn werk met ‘gebonden handen’ uitvoeren: hij of zij wordt geacht alert te zijn op recidive risico’s maar mag deze kennis niet delen met ‘derden’ die daar een effectieve bijdrage aan kunnen leveren. Het zou dan ook goed zijn om in afstemming met de partners tot meer duidelijkheid te komen over de gewenste invulling van de politietaak bij toezicht op zedendelinquenten en deze beter vast te leggen in een convenant of protocol.

Verkennend onderzoek
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van een verkennend onderzoek naar de wijze waarop de politie en de reclassering toezicht uitoefenen op zedendelinquenten. De studie is in opdracht van Programma Politie en Wetenschap (P&W) uitgevoerd door Henk van de Bunt en Nina Holvast van de Erasmus Universiteit Rotterdam en Janine Plaisier van onderzoeksbureau Impact R&D.

Het onderzoek is uitgevoerd in twee grootstedelijke politieregio’s, namelijk Amsterdam en Rotterdam. In de regio’s is gesproken met vertegenwoordigers van politie, reclassering en met een aantal zedendelinquenten zelf.

Samenwerking
Politie en reclassering werken regelmatig samen bij het toezicht op personen die onder bijzondere voorwaarden zijn bestraft of in vrijheid gesteld. Binnen die groep vormen zedendelinquenten een bijzondere categorie. Hun (vervroegde) vrijlating en terugkeer in wijk of dorp kan maatschappelijke beroering veroorzaken, wat politie en lokaal bestuur voor lastige dilemma’s stelt.

Er zijn convenanten gesloten waarin politie en reclassering afspreken dat zij elkaar over en weer zullen informeren of zedendelinquenten zich aan de voorwaarden houden. De reclassering is formeel belast met dit toezicht en de politie belooft de reclassering daarin te ondersteunen door ‘een oogje in het zeil’ te houden. Maar hoe werkt dit in de praktijk?
Het onderzoek laat zien dat de politie, anders dan de reclassering, haar rol bij het toezicht op zedendelinquenten nauwelijks heeft doordacht of geregeld. Er lijken sterke verschillen te zijn tussen politieregio’s in de wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd. In de praktijk ligt de toezichttaak bij de politie op het bordje van de wijkagent. Die geeft er op eigen wijze invulling aan en laat zich daarbij vooral leiden door de zorg voor rust en orde in de wijk.

Aanbevelingen en vervolg
De auteurs bepleiten dat er meer aandacht van de politie komt voor haar rol en inbreng bij toezicht op zedendelinquenten. Die rol en inbreng zouden bij voorkeur eenduidiger gedefinieerd en geprotocolleerd moeten worden in landelijke en regionale convenanten (met o.m. reclassering). Inhoudelijk bepleiten zij, onder verwijzing naar de literatuur, voor een actievere opstelling van de politie. Zij zou zich uit het oogpunt van effectiviteit niet moeten beperken tot een afstandelijke en controlerende rol. Dat roept de vraag op of het wenselijk is dat de politie een actievere rol op zich neemt bij het toezicht op zedendelinquenten, waarin bijvoorbeeld ook plaats is voor het belonen van goed gedrag.

Om deze reden zijn de onderzoekers inmiddels gestart met een verdiepend vervolgonderzoek in opdracht van het programma Politie en Wetenschap waarin op een meer normatieve wijze gekeken wordt naar de huidige en de gewenste invulling van de rol van de politie bij toezicht op zedendelinquenten.