Testprogramma voor opsporen jonge topsporttalenten

0
1439

Nu de voormalige wereldkampioen Spanje al zo vroeg is uitgeschakeld wordt het wellicht tijd om nieuw talent aan te trekken. Maar het is een grote uitdaging voor trainer en coaches om al op jonge leeftijd te herkennen welke sporters een bijzonder talent hebben.

Testprogramma
Het selecteren van jonge spelers voor intensieve talentprogramma’s, nationale teams en/of (inter)nationale wedstrijden blijft vaak een beetje gokken. Irene Faber van het Radboudumc ontwikkelde een testprogramma om jonge topsporttalenten op te sporen.

Irene Faber van de afdeling IQ healthcare van het Radboudumc onderzocht voor haar promotie, in samenwerking met Saxion, de HAN en de Rijksuniversiteit Groningen, hoe je talenten binnen de tafeltennissport kunt opsporen.

Faber: “We weten dat het huidige prestatieniveau binnen racketsporten mede wordt beïnvloed door de lichaamsbouw, aanleg en de kwantiteit en kwaliteit van de training. Daarnaast lijkt het dat de oudste spelers binnen een jaargang een streepje voor hebben op de jongere spelers bij het selectieproces, het zogenoemde geboortemaand-effect. Zij krijgen hierdoor vaak meer kansen zich te ontwikkelen op een hoog niveau.”

Het huidige prestatieniveau biedt echter binnen racketsporten geen garantie voor de toekomst. De zoektocht naar de ware ‘high potentials’ kan zich beter niet uitsluitend op deze prestatiecriteria richten. Deze trends zijn ook waar te nemen in voetbal en vele andere sporten. Maar hoe sporen we dan nieuw toptalent op?

Cruciale kwaliteiten
Faber onderzoekt momenteel of onderliggende motorische vaardigheden, die als essentieel worden beschouwd voor het ontwikkelen van technische vaardigheden, een goede indicatie geven van de potentie van een jonge speler. Dat doet ze bij tafeltennis, maar er zijn veel parallellen te trekken naar het voetbal.

Snelheid, wendbaarheid, oog-hand coördinatie en balcontrole lijken cruciale kwaliteiten; wanneer een jonge speler deze eigenschappen niet in voldoende mate bezit, diskwalificeert hij/zij zichzelf voor de tafeltennistopsport. Faber ontwierp zelf een oog-hand coördinatietest waarover ze eerder in het tijdschrift PLOS ONE publiceerde. Met enkele aanpassingen verwacht ze dat deze ook goed te gebruiken is voor de talentenjacht binnen de voetbalsport.

Voetbal
Naast de motorische vaardigheden kijkt Faber samen met neuropsycholoog Sjoerd de Vries (Saxion) of ook cognitieve functies – zoals het selecteren van de juiste informatie en het vinden van creatieve oplossingen – het onderscheid kunnen maken tussen topspelers en subtoppers. “Voor zowel de motorische vaardigheden als de cognitieve functies zijn duidelijke parallellen te trekken naar voetbal. Voetbal vergt net als tafeltennis technische kwaliteiten waarbij snelheid, wendbaar en balcontrole van belang zijn. Bovendien moet een topvoetballer in het dynamische spel goed in staat zijn te anticiperen op zijn omgeving en de juiste informatie te gebruiken om zijn acties in te zetten”, zegt Faber.