Terugdringen van suïcide op het spoor

0
598

Suïcide op het spoor is geen opzichzelfstaand probleem. Het is sterk afhankelijk van het nationale suïcidecijfer en de intensiteit van het treinverkeer. Vandaar dat de psychische gezondheid van de bevolking en de toegankelijkheid en kwaliteit van hulp voor mensen in psychische nood, alsmede het aantal treinen dat passeert, van invloed zijn op het aantal mensen dat zich op het spoor van het leven beneemt.

Dit zijn enkele onderzoeksresultaten uit het proefschrift ‘Studies into train suicide’, waarop Cornelis van Houwelingen 19 mei 2011 aan de Vrije Universiteit Amsterdam promoveert. Van Houwelingen concludeert dat overheid, geestelijke gezondheidszorg en spoorsector gezamenlijk een bijdrage moeten leveren aan de vermindering van het aantal zelfdodingen op het spoor.

Risicofactoren
Omdat treinen op veel trajecten zeer frequent rijden, hebben mensen die zich van het leven willen benemen minder ‘bedenktijd’. Van Houwelingen stelt in zijn proefschrift dat de spoorbaan minder toegankelijk moet worden, waardoor de trein als middel voor zelfdoding vermindert.

Bij zelfdoding op het spoor is vaak sprake van ernstige psychiatrische problematiek, meestal van depressieve en psychotische stoornissen. Tweederde van de mensen die suïcide pleegt op het spoor is op dat moment in behandeling bij een psychiatrische instelling. Locaties langs het spoor met een verhoogd risico liggen in of bij grotere gemeenten en in de omgeving van psychiatrische instellingen.

De gevolgen van suïcides op het spoor zijn groot. Er is veel menselijk leed en het openbare leven raakt erdoor verstoord. Van Houwelingen heeft voor zijn proefschrift de verschillende factoren onderzocht die suïcides op het spoor beïnvloeden. Hierdoor is dus ook meer inzicht ontstaan in de geschiktste preventieve maatregelen.

Preventie
Gemiddeld 185 keer per jaar vindt zelfdoding plaats op het spoor, dat is 12 % van het totaal aantal zelfdodingen in Nederland. Spoorbeheerder ProRail wil suïcide op het spoor zoveel mogelijk terugdringen en is daarom een samenwerking gestart met 113 online, een hulpdienst voor suïcidale mensen. Op een tiental locaties in het land plaatst de spoorbeheerder borden om mensen die zelfdodingsgedachten hebben, de mogelijkheid te tonen voor (anonieme) hulp.

De spoorbeheerder heeft ook dit jaar al 14 risicolocaties langs het spoor minder toegankelijk gemaakt en er volgen nog 43. Behalve hekwerken plaatst ProRail camera’s en schriklichten om de impuls tot het plegen van suïcide op het spoor, te doorbreken. Ook werkt ProRail samen met de GGZ-instellingen met vestigingen in de buurt van het spoor om zelfdodingen te voorkomen.

ProRail wil het aantal suïcides op het spoor verminderen omdat het voor trauma’s zorgt voor rijdend personeel van vervoerders, reizigers en omstanders.

Na een suïcide op het spoor is het spoor gemiddeld 2,5 uur niet beschikbaar en dat treft per suïcide duizenden reizigers. Een suïcide kost de spoorsector 70.000 euro per incident, nog afgezien van de maatschappelijke impact.