roken

Roken versterkt paniekaanval

Patiënten met een paniekstoornis hebben meer kans op een paniekaanval als ze regelmatig roken. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Inge Knuts van het Maastricht UMC+. Op basis van de bevindingen adviseert zij om een stoppen-met-roken-therapie toe te voegen aan de behandeling van paniekaanvallen. Mensen met een paniekstoornis lijden aan regelmatig optredende en onverwachte paniekaanvallen. Herhaling

Praten en pillen samen effectief bij paniekstoornis

Mensen met een paniekstoornis hebben het meeste baat bij een combinatie van cognitieve gedragstherapie (praten) en het slikken van een middel tegen depressie (pillen). Veel mensen met een paniekstoornis vermijden de plaatsen of situaties waarin een volgende paniekaanval zou kunnen optreden, wat ook wel pleinvrees wordt genoemd.

ZonMw Parel voor preventieve cursus ‘Geen Paniek’

Op de GGZ Kennisdag 2012 heeft Peter Meulenbeek van minister Schippers de ZonMw Parel gekregen voor zijn inzet voor de ontwikkeling van de cursus ‘Geen Paniek. Leren omgaan met paniekklachten’.

Meulenbeek heeft deze cursus bij GGNet ontwikkeld om te voorkomen dat mensen met lichte en matige paniekklachten of een beginnende paniekstoornis een ernstige paniekstoornis ontwikkelen. Uit een RCT-onderzoek blijkt dat de cursus paniekklachten effectief helpt verminderen. Bij de deelnemers halveert de kans dat zij een paniekstoornis ontwikkelen.

Gebruik virtual reality effectief bij behandeling angststoornissen

Angststoornissen kunnen behandeld worden met exposure-therapie, een van de hoofdcomponenten van cognitieve gedragstherapie. Bij exposure-therapie wordt de patiënt blootgesteld aan datgene waar hij bang voor is zonder dat de gevreesde consequentie optreedt. Dit gebeurt meestal in het echt (exposure in vivo). Met virtual reality-exposure-therapie wordt de patiënt niet blootgesteld aan echte situaties maar aan virtuele werelden. Voordeel hiervan is dat de therapeut de exposure volledig kan sturen en ervoor kan zorgen dat de exposure goed aansluit bij het angstniveau van de patiënt.