Meer inzicht in risico op afstoten nieuwe long

Het aantal jaren dat een longtransplantatiepatiënt met zijn/haar nieuwe long(en) kan leven wordt sterk beperkt door de ontwikkeling van chronische afstoting van de long, ofwel bronchiolitis obliterans syndroom (BOS). Lisanne Kastelijn, arts-assistent Longziekten in het St. Antonius Ziekenhuis ontdekte in haar promotieonderzoek naar BOS dat bepaalde biomarkers in bloed en genetische variaties in verschillende genen in een vroegtijdig stadium na longtransplantatie – dus als er nog geen sprake is van BOS – gebruikt kunnen worden als risicofactor om te voorspellen in hoeverre de getransplanteerde patiënt risico loopt op afstoting van de nieuwe long.

Afstoting na longtransplantatie voorspellen

Lisanne Tacken-Kastelijn zocht in haar promotieonderzoek naar biomarkers die als risicofactor kunnen dienen voor de ontwikkeling van chronische afstoting van de long, ofwel bronchiolitis obliterans syndroom (BOS). Dat is het grootste probleem bij longtransplantaties.

Eiwit voorspelt succes longtransplantatie

Een longtransplantatie gaat niet altijd goed. Soms blijft het lichaam de donorlongen langdurig afstoten. Dat verslechtert de vooruitzichten en overlevingskansen van patiënten sterk. Annelieke Paantjens analyseerde daarom het bloed van patiënten die een longtransplantatie ondergingen. Zij zocht naar factoren die kunnen voorspellen hoe het lichaam reageert op de donorlongen. Een geschikte kandidaat daarvoor blijkt het