Lange mensen meer kans op trombose

Lange vrouwen lopen twee keer zoveel kans op een bloedprop in hun been (trombose) als vrouwen van gemiddelde lengte. Voor lange mannen is het risico zelfs drie keer verhoogd. Dit concludeert Linda Flinterman, na onderzoek met steun van de Hartstichting. Dinsdag 28 mei 2013 is ze gepromoveerd aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Astma verhoogt kans op longembolie

Patiënten met ernstige astma hebben een bijna negen keer verhoogde kans op longembolie, bij personen met een milde vorm is de kans ruim drie keer zo groot. Dit blijkt uit een studie van de afdeling Longziekten van het AMC, die is gepubliceerd in het European Respiratory Journal. Bij een longembolie wordt een belangrijk bloedvat in de longen afgesloten door een bloedpropje en dit kan schade geven aan de longen.

Veneuze trombo-embolie beter opsporen

Het stellen van de diagnose veneuze trombo-embolie (VTE) is lastig. Het gaat via richtlijnen, gebaseerd op de combinatie van klinische waarschijnlijkheid (CDR) en de waarde van de D-dimeer (DD), een maat voor vorming en afbraak van een stolsel.

Software helpt afgesloten bloedvaten op te sporen

Slimme software kan radiologen helpen bij het opsporen van longembolieën op CT-scans. Dat laat Rianne Wittenberg zien in haar proefschrift.

Bij een longembolie is een bloedvat in de long afgesloten waardoor longweefsel kan afsterven. Dat kan levensbedreigend zijn, dus een snelle en goede diagnose is belangrijk. Maar de beoordeling van CT-scans is tijdrovend en vereist goede concentratie omdat de longen veel bloedvaten bevatten en op veel scans geen afwijkingen te zien zijn.

Huisarts vindt trombosebeen met checklist

De huisarts kan zowel een trombosebeen als een longembolie veilig uitsluiten met behulp van een klinische beslisregel en een bloedtest. Dat stelt huisarts en onderzoeker Geert-Jan Geersing van het UMC Utrecht in zijn proefschrift.

Huisarts kan trombosebeen goed herkennen

De huisarts kan zowel een trombosebeen als een longembolie veilig uitsluiten met behulp van een klinische beslisregel en een bloedtest (D-dimeer). Dat stelt Geert Jan Geersing in zijn proefschrift.