Combinatietherapie tegen chronische lymfatische leukemie lijkt veelbelovend

Chronische lymfatische leukemie (CLL) kenmerkt zich door een ophoping van kwaadaardige B-lymfocyten (witte bloedcellen) in bloed, lymfeklieren, milt en beenmerg. Het is niet te genezen omdat CLL-cellen resistent worden tegen behandeling. Margot Jak onderzocht twee typen anti-CD20-antilichamen. Antilichamen zijn stoffen die binden aan een receptoreiwit op het celoppervlak.

Studie naar resistentie chemotherapie bij chronische lymfatische leukemie

Een van de grootste problemen bij de behandeling van chronische lymfatische leukemie (CLL) is het ontstaan van resistentie tegen chemotherapie. Er zijn twee soorten mechanismen die daaraan bijdragen. Ten eerste zijn er interacties tussen CLL-cellen en het micromilieu. Dergelijke interacties induceren een overlevingsvoordeel voor CLL-cellen. Ten tweede dragen verworven genetische afwijkingen bij aan resistentie, vooral die afwijkingen die de functie van het eiwit p53 treffen.