Studie naar medicijn tegen borstkanker

0
1009

Borstcentrum Máxima in Eindhoven doet mee aan de studie naar een nieuw veelbelovend medicijn tegen uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker. Het gaat om het middel Everolimus (Afinitor®). Het medicijn in combinatie met hormonale therapie verdubbelt de tijd tot groei van de tumor en vermindert het risico op verdere ontwikkeling van de ziekte met 57 procent ten opzichte van behandeling met hormonale therapie alleen.

“Borstcentrum Máxima neemt structureel deel aan studies naar nieuwe medicijnen”, zegt dr. Wouter Dercksen, internist-oncoloog van Máxima Medisch Centrum. “Zo bieden we patiënten uit Eindhoven die nieuwste behandeltechnieken en borgen we de meest recente medisch wetenschappelijke kennis in ons borstcentrum”.

Hormonale therapie blijft cruciaal bij de behandeling van vrouwen met op afstand uitgezaaide borstkanker. Helaas reageren niet alle vrouwen met uitzaaiingen op een behandeling met hormonale therapie. Bovendien ontwikkelen bijna alle vrouwen vroeg of laat resistentie tegen hormonale therapie. “Het is voor borstkankerpatiënten goed nieuws dat we met Everolimus een mogelijkheid hebben om langer door te gaan met de hormoonbehandeling. Zodoende kan een meer belastende vervolgbehandeling met chemotherapie uitgesteld worden. Dat is winst voor de patiënt,” aldus dr. Dercksen.

De onderzoeksresultaten worden later dit jaar ingediend bij EMA ,de Europese geneesmiddelenautoriteit, voor de aanvraag van de registratie van Everolimus bij borstkanker. De fase III onderzoeksresultaten zijn eind september gepresenteerd tijdens het ECCO (European CanCer Organization) congres in Stockholm.

Patiënten met borstkanker kunnen zich voor deze studie niet meer aanmelden. Echter, het borstcentrum van Máxima Medisch Centrum doet structureel mee in onderzoek naar de nieuwste medicijnen. “Dat is het verschil tussen een topklinisch ziekenhuis en een algemeen ziekenhuis”, aldus Dercksen. “We hebben een complete infrastructuur voor onderzoek in ons borstcentrum evenals het relatienetwerk met de farmaceutische industrie zodat we meteen in de nieuwste studies deelnemen. Medicijnen die we onderzoeken zijn dikwijls pas behoorlijk later voor de markt beschikbaar.”