Stijgende hulpvraag cannabis- en benzodiazepine-gebruikers

0
631

Het aantal cannabisgebruikers met een hulpvraag bij verslavingszorg blijft stijgen. Ook de hulpvraag voor slaap- en kalmeringsmiddelen is hoewel beperkt, bijna verdubbeld. Het percentage rokers in de algemene bevolking daalt nog steeds, toch blijft roken de belangrijkste oorzaak van voortijdig sterven.

Binnen de Opiumwetdelicten is het aandeel softdrugsdelicten over het geheel genomen wat hoger dan dat van harddrugs, met een stijging over de langere termijn van het aandeel softdrugsdelicten. Dat zijn de belangrijkste conclusies van het Jaarbericht 2011 van de Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Tussen 2000 en 2010 nam het aantal primaire cannabiscliënten in de verslavingszorg toe van 3 534 naar 10 971. Van 2009 naar 2010 ging het om een toename van 7 procent. Van de cannabiscliënten is 4 op de 10 jonger dan 25 jaar. Voor bijna 6 van de 10 cannabiscliënten is cannabis het enige probleem: veertig procent heeft ook problemen met een of meer andere middelen. Bij bijna een kwart van de ziekenhuisopnames met cannabisproblematiek als nevendiagnose vormden psychosen de hoofddiagnose.

Slaap- en kalmeringsmiddelen
Voor het eerst zijn in de NDM ook slaap- en kalmeringsmiddelen meegenomen. In 2009 hadden circa 1,1 miljoen mensen van 15-64 jaar deze middelen in het afgelopen jaar gebruikt. Ongeveer een kwart van alle gebruikers van benzodiazepinen is echter ouder dan 65 jaar. Daarmee is deze leeftijdsgroep oververtegenwoordigd.

Ongeveer éénderde van de gebruikers van benzodiazepinen is chronisch gebruiker, waarbij de kans op verslaving toeneemt. Circa 22 000 mensen van 18-64 jaar zijn afhankelijk van slaap- of kalmeringsmiddelen, 35 000 mensen vallen in de categorie die deze middelen misbruikt. Hoewel slechts een klein aantal cliënten bij verslavingszorginstellingen staat ingeschreven met een primair probleem met benzodiazepines, is het aantal tussen 2001 en 2010 wel bijna verdubbeld: van 383 naar 713. In 2011 had ongeveer 9 procent van de scholieren in het voortgezet onderwijs van 15- en 16 jaar ooit slaap- of kalmeringsmiddelen gebruikt op voorschrift van een arts. Een net zo’n groot percentage had ervaring met de middelen zonder recept van een arts.

Alcohol en tabak
Er zijn circa 1,4 miljoen zware drinkers, 10 procent van de bevolking van 12 jaar en ouder. Dat is minder dan in 2001, toen het nog 14 procent was. Het aantal ouderen dat met een alcoholprobleem staat ingeschreven bij een verslavingszorginstelling blijft stijgen: in 2010 was 26 procent 55-plusser. Het aantal opnames in algemene ziekenhuizen waarbij een aan alcohol gerelateerde aandoening een rol speelt bleef in 2010 verder stijgen. De toename is het grootst onder jongeren en 55-plussers. In 2010 vonden er 924 opnames plaats onder jongeren van 16 jaar of jonger vanwege een aan alcohol gerelateerde problematiek, bijna vier keer meer dan in 2001. Van deze opnames vonden er 524 plaats onder de jongens (57%) en 400 onder de meisjes (43%).

Uit verschillende peilingen komt naar voren dat het percentage rokers in de algemene bevolking de afgelopen twee jaren licht is afgenomen. Hoewel de daling het sterkste is bij hoog opgeleiden, is de daling bij alle opleidingsniveaus zichtbaar. Ook het percentage zware rokers (20 sigaretten per dag of meer) daalde verder: van 6,3 procent in 2009 naar 4,9 procent in 2010.

Roken blijft de belangrijkste oorzaak van voortijdige sterfte: in 2010 overleden in Nederland 19 214 mensen van 20 jaar en ouder aan de directe gevolgen van roken. In 2010 waren alcoholgerelateerde aandoeningen de directe aanleiding voor 686 sterfgevallen, en bij de secundaire doodsoorzaak werd het nog 1 053 keer geregistreerd. De sterfte aan alcoholgerelateerde aandoeningen en tabak is vele malen groter dan de (hard)drugssterfte. In 2010 overleden 94 drugsgebruikers, minder dan de 139 in 2009.

Opiumwetdelicten
De meeste opsporingsonderzoeken naar meer ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit (77 procent) waren in 2010 drugsgerelateerd. Meestal ging het om cocaïne, maar onderzoeken gericht op synthetische drugs en cannabis namen toe. Op de langere termijn neemt het aandeel softdrugsdelicten in de strafrechtsketenzaken toe.
Er zijn in 2010 minder productielocaties voor synthetische drugs ontmanteld, maar de gevonden hardware was meer geavanceerd en geschikt voor grootschalige productie.
Het aandeel zeer actieve veelplegers met verslavingsproblemen daalde. De verslavingsreclassering had in 2010 meer cliënten dan in 2009.

De Nationale Drug Monitor (NDM) is in 1999 opgericht door de minister van VWS. De jaarberichten worden samengesteld door het Trimbos-instituut en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. De monitor bundelt jaarlijks de informatie van in Nederland lopende onderzoeken (peilingen, registraties) over gebruik van drugs, alcohol en tabak. Het Trimbos-instituut verzorgt het secretariaat van de monitor.