Statusbeleving van leerlingen in het voortgezet onderwijs

0
699

Leerlingen in vwo, havo en vmbo verschillen van elkaar als het gaat om statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld. Dat schrijft promovenda Lenie van den Bulk in haar proefschrift.

Jongeren die een hoge opleiding volgen denken dat zij later een belangrijke bijdrage aan de samenleving zullen leveren. Ook benoemen zij vaker hiërarchische verhoudingen in de samenleving dan jongeren in een lage onderwijspositie.

De laatstgenoemde jongeren hechten vooral veel waarde aan hun positie als leerling of student en denken dat zij via het onderwijs alsnog een betere positie kunnen bereiken. De havo-leerlingen nemen in deze onderwerpen een middenpositie in. Opmerkelijk is dat de sociaaleconomische en culturele achtergrond van de leerlingen daarbij geen verschil maakte.

Van den Bulk voerde haar onderzoek uit in Rotterdam-zuid met medewerking van in totaal 177 jongeren.

Bij het beantwoorden van de vraag wat de leerlingen willen bereiken, zeggen vmbo-leerlingen vaak dat zij verder willen met mbo en hbo. Leerlingen van havo noemen vaker een toekomstig beroep en vwo-leerlingen noemen vaker een persoonlijk doel, zoals ‘een gelukkig leven’.

Het onderzoek laat zien dat vwo-leerlingen een goede toekomst verwachten dankzij hun hoge opleiding en dat vmbo-leerlingen op een goede toekomst hopen ondanks hun lagere opleiding.

Promotiegegevens
Promovendus: Lenie van den Bulk
Proefschrift: Later kan ik altijd nog worden wat ik wil. Statusbeleving, eigenwaarde en toekomstbeeld van leerlingen in het voortgezet onderwijs
Promotor 1: Prof. dr. H.P.M. Adriaansens
Copromotor 1: Dr. M.J. de Jong, emeritus hoogleraar
Faculteit: Faculteit Sociale Wetenschappen
Datum en tijd: 11/2/2011 10:30
Locatie: Academiegebouw, Domplein 29, Utrecht