Spoedeisende hulp aanbesteden: Ja of Nee

0
644

Vijf jaar gelden functioneerden in Groot-Londen met tien miljoen inwoners vele ziekenhuizen met een traumacentrum. De autoriteiten vonden dat te veel en te duur en ook niet goed voor de rampenbestrijding. Zij organiseerden een aanbestedingsronde.

Grote ziekenhuizen konden daarop intekenen samen met een netwerk van kleinere. Vier zorgorganisaties wonnen de aanbesteding. Anno 2010 functioneren deze vier traumacentra met hun netwerken. Zij deden goed werk afgelopen barre winter, toen het openbaar vervoer uitviel en de Londense ziekenhuizen voor personeel en patiënt onbereikbaar werden.

In Nederland gaan stemmen op om het aantal Spoedeisende Hulpafdelingen terug te brengen van ongeveer negentig naar veertig. De ambulancezorg zou dan versterkt moeten worden, zodat iedere burger in nood toch snel hulp op straat of achter de voordeur kan krijgen. Zo’n reductie via bijvoorbeeld een aanbesteding zoals in Londen zou een gigantische ingreep betekenen in de Nederlandse spoedzorg en ziekenhuissector. Ondergetekende aarzelt over zo’n drastische maatregel.

Op vrijdag 17 september zit ik het beleidsdebat (het nationale spoeddebat) voor over recente ontwikkelingen in de spoedzorg. Dat vindt plaats tijdens het tiende nationale spoedzorg congres te Putten. Dan is de reductie een van de agendapunten van het debat. Andere onderwerpen zijn:

1. De bekostiging van samenwerkingsverbanden tussen huisartsenposten en Spoedeisende Hulpafdelingen naar aanleiding van de onrust in Boxmeer en Leiden

2. Preventie van spoedzorg door financiële bedrempeling en volksopvoeding;

3. SOS-artsen: overbodig of aanwinst?

Wil je naar dit debat en congres? Wil je in één dag op de hoogte raken van ontwikkelingen in beleid, praktijk en wetenschap over spoedzorg van huisartsenposten, SEH’s en ambulancezorg? Klik dan hier, lees de brochure, meld je aan en deel je kennis en ervaring.

Auteur: Prof. dr. A.J.P. (Guus) Schrijvers
Professor Schrijvers bekleedt de leerstoel Algemene Gezondheidszorg bij het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht.