Risico’s hartaanval met CT-scan beter te schatten

0
807

Met een CT scan van de kransslagaders kan het risico op een hartaanval veel beter worden geschat dan met huidige methoden zoals het meten van de bloeddruk en het bepalen van het cholesterolgehalte.

Dit blijkt uit onderzoek van het Erasmus MC, dat is gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Annals of Internal Medicine.

Het voorschrijven van geneesmiddelen door de huisarts om hartziekten te voorkomen gebeurt bij gezonde mensen op basis van een risico inschatting. Bij mensen met een meer dan 20% kans op het krijgen van hartziekten in de komende 10 jaar, is het zinvol om met geneesmiddelen het risico te verlagen. Bij mensen met een minder dan 10% kans op hartziekten is het gebruik van geneesmiddelen over het algemeen niet zinvol. Bij de tussenliggende groep is het onduidelijk wat de beste strategie is.

Een risico inschatting wordt gemaakt op basis van zogenaamde risicofactoren. Bloeddruk, cholesterol gehalte en roken zijn hier voorbeelden van. De bekende risicofactoren voldoen echter niet om een precieze risico inschatting te maken, volgens epidemioloog Jacqueline Witteman. Daarom gebeurt er momenteel veel onderzoek naar nieuwe risicofactoren om deze inschatting te verbeteren.

Het onderzoek werd verricht binnen het Rotterdamse ERGO onderzoek onder vijfduizend mensen van 55 jaar en ouder. Bij alle deelnemers werd met een CT scan de mate van slagaderverkalking in de kransslagaders vastgesteld. De resultaten lieten zien dat bij 40% van de deelnemers met een tussenliggend risico, het maken van een CT scan bovenop de bekende risicofactoren leidde tot een veel nauwkeuriger risico inschatting. De beslissing van de huisarts om wel of niet geneesmiddelen voor te schrijven kan dan meer gefundeerd worden gemaakt.

“Ondanks de veelbelovende resultaten kleven er ook nadelen aan de CT scan zoals blootstelling aan straling en aanzienlijke kosten”, aldus onderzoeker Maryam Kavousi: “Er zal dan ook meer onderzoek moeten volgen voordat screening met een CT scan plaats kan gaan vinden in de dagelijkse praktijk.”