Risico op openbarsten wond na operatie beter in te schatten

0
972

Bij één tot drie procent van de patiënten die een buikoperatie ondergaan, barst de wond na de operatie open. Van hen ontwikkelt tot 83 procent een littekenbreuk. Patiënten met een littekenbreuk hebben een negatiever beeld van hun lichaam en hebben daar vaak lichamelijk klachten van.

Dat blijkt uit onderzoek van chirurg-in-opleiding Gabriëlle van Ramshorst, die begin januari 2014 promoveert op haar studie naar wondcomplicaties bij buikoperaties. In Nederland ondergaan jaarlijks duizenden mensen een buikoperatie.

Gabriëlle van Ramshorst ontwikkelde voor volwassenen een risicomodel aan de hand waarvan het openbarsten van de wond goed kan worden voorspeld. Belangrijke risicofactoren voor volwassenen zijn leeftijd, mannelijk geslacht, chronische longziekte, aanwezigheid van buikvocht, geelzucht, bloedarmoede, hoesten na de operatie en wondinfectie. Ook bepaalde typen operaties, zoals spoedoperaties, blijken een risico te vormen. Aan de hand van het risicomodel kan de chirurg besluiten de buikoperatie op een andere manier of zelfs niet te doen.

Belangrijke risicofactoren voor het openbarsten van de wond bij kinderen waren leeftijd (onder 1 jaar), wondinfectie, een snede in de lengterichting van de buik en spoedoperaties. Het wordt daarom aangeraden bij kinderen een snede in dwarse richting te maken in plaats van in de lengte.

Van Ramshorst verrichte ook een experimentele studie naar hechttechnieken in geprepareerde varkensbuikwanden. In groep A van de preparaten werd de gangbare grote steek gemaakt van 1 centimeter, in groep B werd een kleine steek van 0,5 centimeter gemaakt en werd een langere draad gebruikt. De groep B preparaten bleek een significant grotere trekkracht te kunnen weerstaan dan de eerste.

In een Zweeds ziekenhuis is vervolgens een techniek ontwikkeld waarbij de buikwand van patiënten wordt gehecht met een langere draad en met kleine steekjes. Uit onderzoek naar deze hechttechniek bleek dat opvallend minder wondcomplicaties werden gezien, met name minder littekenbreuken. Een groep patiënten uit dit ziekenhuis die met kleine steken werden gehecht, werd vergeleken met een groep patiënten uit Rotterdam die met de gangbare techniek werd gehecht. Het dichtmaken van de wond kostte in Zweden weliswaar meer tijd, gemiddeld 18 in plaats van 13 minuten, maar de ervaringen met de nieuwe methode waren positief, bleek uit interviews met zorgmedewerkers.

Laatstgenoemde studies hebben de basis gevormd voor vervolgonderzoek dat is uitgevoerd in meerdere centra in Nederland. Het onderzoek is inmiddels afgerond, maar de resultaten zijn nog niet officieel gepubliceerd. Van Ramshorst kan zich echter voorstellen dat de resultaten van deze studie internationale gevolgen zullen hebben voor de hechtmethode van chirurgen.