Risico’s bij proefbevolkingsonderzoeken goed afgedekt

0
1244

De uitvoering van proefbevolkings¬onderzoek levert nauwelijks risico’s op voor de patiënt. Het overgrote deel van de onderzochte onderwerpen scoort voldoende. Slechts één proefbevolkingsonderzoek voldeed op één onderdeel niet aan de vergunningvoorwaarden. Verder moeten bij enkele andere onderzoeken op onderdelen afspraken of procedures (beter) geformaliseerd worden.

Dit blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, waarbij tien lopende proefbevolkingsonderzoeken werden getoetst of ze voldeden aan de vergunning¬voorwaarden en aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg.

Proefbevolkingsonderzoeken zijn bevolkingsonderzoeken met een wetenschappelijke vraagstelling. Hierbij wordt gekeken – voordat een bevolkingsonderzoek voor een bepaalde ziekte kan worden ingevoerd – of screening op die ziekte zinvol en verantwoord. En vervolgens welke screeningsmethode het beste gebruikt kan worden. Veel van deze proefbevolkingsonderzoeken richten zich op ziektes die veel vóórkomen en waarbij preventie weinig mogelijkheden biedt, zoals darm-, prostaat- en blaaskanker.

Als het gaat om kanker, onbehandelbare aandoeningen of onderzoek met ioniserende straling, dan moet een bevolkingsonderzoek een vergunning¬ hebben in het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). De minister van VWS verleent deze vergunning voor proefbevolkingsonderzoeken na advies van de Gezondheidsraad.

De inspectie heeft geen signalen ontvangen dat proefbevolkingsonderzoeken niet verantwoord worden uitgevoerd. Toch heeft de inspectie vanwege de risico’s bij 10 lopende proefbevolkingsonderzoeken getoetst of ze voldeden aan de vergunning¬voorwaarden en aan de voorwaarden voor verantwoorde zorg.