Richtlijnen social media voor zorgprofessionals

0
1475

Zorgprofessionals die gebruik maken van social media zijn zich onvoldoende bewust van de consequenties. Een ondoordachte tweet of publicatie kan grote gevolgen hebben voor de patiënt, een zorginstelling en de arts zelf. Dat is zorgelijk!

“Volgen uw patiënten u straks op twitter?”

De KNMG (de koepel van en voor artsen in Nederland) werkt in navolging van de British Medical Association aan een richtlijn voor het gebruik van social media. Dat blijkt nodig omdat zorgprofessionals in toenemende mate social media inzetten als professioneel communicatie-instrument. Het Rijnstate ziekenhuis is daar met hun twitter-spreekuur een goed voorbeeld van.

Maar hoe zou zo’n richtlijn eruit moeten zien? En heeft u er als zorgprofessional wel goed over nagedacht wat u met social media wil bereiken?

Jillis Heringa, advocaat bij Wybenga advocaten te Rotterdam, schrijft in Skipr over een brainstormsessie met Anton Ekker, juridisch adviseur bij het Expertisecentrum voor ICT in de zorg (NICTIZ). Dit heeft geleid tot tips die de bewustwording over veilig twitteren moeten stimuleren:

– Twitter geen gegevens die herleidbaar zijn tot individuele patiënten;
– Realiseer je dat ‘anoniem’ niet altijd gelijk staat aan ‘niet herleidbaar tot individuele patiënten’;
– Realiseer je dat informatie op social media vaak bestaat uit ‘van horen zeggen’;
– Ga behoedzaam om met (het reageren op) patiënten die zelf persoonlijke informatie openbaar maken;
– Wees je bewust van het virtuele imago dat je creëert: informatie over je privéleven kan gevolgen hebben voor jouw geloofwaardigheid als professional en voor de beroepsgroep in zijn geheel.

Dit zijn nuttige en logische tips waarvan je zou verwachten dat ze overbodig zijn voor zorgverleners die in het kader van hun beroepsethiek een meer dan gemiddeld bewustzijnsniveau hebben ontwikkeld in het omgaan met patiënteninformatie. Het gebruik van social media geeft meerwaarde aan zorgprocessen. Dat moet het uitgangspunt zijn. Slechts dan draagt social media bij aan een betere kwaliteit van de gezondheidszorg. Het is als zorgprofessional niet langer voldoende om gewoon een facebook- of twitteraccount te hebben en uw volgers laten weten welke dagschotel u net in het cafetaria hebt genuttigd. Die tweet kan de kok beter versturen. Of dat u te lang in de rij moet staan bij de registratie van een of ander congres.

Zorgconsumenten hebben juist in toenemende mate andere -serieuzere- verwachtingen van social media. Zij willen interactie tussen personen en organisaties over ervaringen met- en de kwaliteit van de zorg. Maar zij zoeken ook voorlichting, consultatie en educatie. Deze verwachtingen dienen de basis te zijn voor de discussie over het nut van social media in de zorg. De richtlijn van de KNMG zou hier iets over moeten zeggen.

Het zou verkeerd zijn het effect van de richtlijn te onderschatten. Ten opzichte van de huidige offline technologische mogelijkheden en ons begrip daarvan staat de ontwikkeling van online interfaces en de maatschappelijke en sociale impact ervan nog in de kinderschoenen. Het leren begrijpen van de mogelijkheden en de impact van online media is daarom niet alleen voorbehouden aan de huidige generatie. De explosieve ontwikkeling van onze informatiemaatschappij is ook een uitdaging voor toekomstige generaties. De erkenning hiervan achterhaalt bij voorbaat een al te simplistische richtlijn voor het gebruik van social media.

In feite is er geen eenduidig correcte manier om social media en digitale communicatie te gebruiken. De Amerikaanse social media expert Nick Dawson heeft een aantal basisideeën die zorgprofessionals kunnen toepassen bij het gebruik van social media:

– Wees beschikbaar: U hoeft online niet beroemd te zijn, u hoeft alleen maar beschikbaar te zijn. Voldoet u hier niet aan, dan is het eigenlijk al game over. Als u niet openstaat voor gesprekken met de burger, patiënten of ander zorgaanbieders, dan is social media niets voor u.
– Voeg waarde toe: Denk: waarom zou ik dat bedrijf of die persoon volgen? Kunt u eerlijk zeggen of u een bericht zou willen ontvangen van iemand die u niet kent of waarvoor u niet werkt?
– Deel expertise: Kennis en ervaring is niet iets om voor uzelf te houden. Geef bijvoorbeeld uw mening over een aandoening of ontwikkeling. Begin met personen of instellingen die u kennen.
– Werk samen: Werk zichtbaar samen met andere zorgprofessionals, experts en patiënten. Gebruik social media om samen complexe problemen aan te pakken. En creëer daarmee collectieve kennis die doorzoekbaar en toegankelijk is. Toon de kracht van samenwerking.
– Wees innovatief: Innovatie kent vele vormen. Het gaat niet slechts om gadgets. Leer van toepassingen buiten de gezondheidszorg. En zet uw community actief in om uit te vinden of en hoe die toepassingen zorgprocessen kunnen ondersteunen en efficiënter maken.

Vanuit dit denkkader wil Dawson richtlijnen uitwerken voor de zorgprofessional. En dat is een totaal andere insteek dan die van NICTIZ. Deze set brainstormtips beperkt zich slechts tot symptoombestrijding van de negatieve effecten van social media. Hopelijk voorzien de eerste richtlijnen van de KNMG in een goede combinatie van beide.