Richtlijnen kunnen kwaliteit tandartszorg verbeteren

0
589

Net als in de geneeskunde, zou ook in de mondzorg gewerkt moeten worden volgens evidence-based richtlijnen. Dat verbetert de kwaliteit van de zorg en helpt ongefundeerde verschillen in aanpak tussen zorgverleners verminderen. Ook kunnen tandartsen dan beter laten zien hoe de kwaliteit van de zorg zich verhoudt tot de kosten. De kosten voor mondzorg bedragen 3% van de totale zorgkosten; dat is even hoog als de kosten van huisartsenzorg. De tandarts moeten mensen zelf betalen. Logisch dus dat patiënten willen weten wat ze kunnen verwachten, zeker nu de tarieven zijn vrijgegeven. Dit schrijft de Gezondheidsraad in zijn advies De mondzorg van morgen, dat de raad vrijdag 27 april 2012 heeft aangeboden aan de minister van VWS.

De afgelopen jaren is er in de mondzorg veel aandacht geweest voor kwaliteitsbeleid. Dat richt zich echter vooral op de randvoorwaarden van de zorg en minder op de inhoudelijke kwaliteit ervan. Richtlijnen die beschrijven wat de bewezen beste behandeling is van een aandoening zijn er nauwelijks of worden onvoldoende nageleefd. Overigens is dat niet alleen in Nederland het geval, maar ook internationaal. Veel tandartsen hanteren bijvoorbeeld een vaste frequentie voor periodieke controles, terwijl deze zou moeten afhangen van de individuele situatie van de patiënt. Ook bestaan er grote verschillen tussen tandartsen in de behandeling van cariës in het melkgebit van jonge kinderen.

De Gezondheidsraad beveelt aan de wetenschappelijke onderbouwing van de praktijk te versterken. Om te beginnen zouden de professionals in de mondzorg met elkaar moeten formuleren wat optimale zorg inhoudt: gaat het vooral om functionaliteit of is esthetiek ook belangrijk? Verder zouden tandartsen op korte termijn zogenoemde best practices moeten opstellen: wat de beste manier van handelen is, afgaande op de ervaringen uit de tandartspraktijken. Op die manier kunnen de ongefundeerde verschillen in behandeling tussen tandartsen verminderen. Uiteindelijk moeten er evidence-based richtlijnen komen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Ook de invoering van richtlijnen verdient dan aandacht. Nu is het namelijk zo dat de richtlijnen die er zijn niet altijd worden nageleefd. Zo volgen lang niet alle tandartsen de richtlijn die aangeeft wanneer een verstandskies wel en niet getrokken zou moeten worden.

Om wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen te kunnen opstellen, is meer kennis nodig. Het onderzoek dat op het gebied van mondzorg wordt gedaan, is vaak fundamenteel van aard of richt zich op de ontwikkeling van nieuwe technieken. Onderzoek naar effectiviteit en doelmatigheid van behandelingen is schaars. Juist dat soort onderzoek kan de basis vormen voor richtlijnen. Verder is er behoefte aan sociaal-tandheelkundig onderzoek. Dat kan inzicht geven in de achtergronden van verschillen tussen bevolkingsgroepen en kennis opleveren over effectieve preventiestrategieën. Opvallend is namelijk dat de gebitstoestand van Nederlanders de afgelopen dertig jaar weliswaar sterk is verbeterd, maar dat nog steeds een flink deel van de bevolking last heeft van mondziekten. Cariës en parodontitis (tandvleesproblemen) komen veel voor, terwijl ze relatief eenvoudig te voorkomen zijn.