Richtlijn palliatieve sedatie in praktijk goed gevolgd

De in 2005 geïntroduceerde KNMG-richtlijn palliatieve sedatie wordt door artsen grotendeels gevolgd. Dat blijkt uit onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum, VU Medisch Centrum en het UMC Groningen dat deze week is gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

De onderzoekers stuurden in 2008 aan 1580 artsen een vragenlijst die zij invulden over de laatste patiënt bij wie zij continue sedatie tot aan het overlijden hadden toegepast. Ruim zeshonderd artsen vulden de lijst in.

Midazolam in plaats van morfine
De meest genoemde indicaties om palliatieve sedatie toe te passen waren benauwdheid, pijn en lichamelijke uitputting. Een overgrote meerderheid van de artsen (92%) gebruikt inmiddels midazolam voor sedatie, naar de huidige inzichten het middel van eerste keuze. Voorheen werd nog wel morfine ten onrechte als sedatief middel ingezet.

Druk
Als aandachtspunt noemden de onderzoekers dat 14 procent van de artsen druk vanuit patiënten en naasten ervaren om te starten met sedatie. Ook noemden artsen het mogelijk levensbekortend effect van continue sedatie. De onderzoekers concluderen dat de praktijk van continue sedatie wel grotendeels in overeenstemming is met de aanbevelingen in de KNMG-richtlijn uit 2005 (geactualiseerd in 2009).

Communicatie
Ondanks het over het algemeen positieve beeld leek de communicatie tussen artsen, patiënten en naasten over continue sedatie aan het levenseinde verbeterd te kunnen worden.

Uitwisseling van kennis en ervaring over de toepassing van een ingrijpende interventie als continue sedatie tot aan het overlijden en aandacht voor implementatie van de richtlijn blijven daarom aangewezen.

Plaats een reactie