Revalidatie van geheugen en concentratie hersentumorpatienten stapje vooruit

    0
    584

    Het onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling van geheugen-, concentratie en planningsproblemen bij hersentumorpatiënten staat nog in de kinderschoenen. De neuropsychologe Karin Gehring ontwikkelde en testte een revalidatieprogramma voor patiënten met relatief milde cognitieve problemen, waarvan de resultaten hoopgevend zijn. Ze promoveert op vrijdag 3 september op dit onderzoek aan de Universiteit van Tilburg.

    Patiënten met een zogeheten primaire hersentumor (laaggradig glioom) hebben een relatief gunstige prognose. Zodra de aandoening onder controle is, ervaren ze jarenlang weinig neurologische symptomen. Maar ze kunnen wel last hebben van problemen op het gebied van geheugen, aandacht en planning.

    Karin Gehring ontwikkelde samen met hoogleraar Klinische Neuropsychologie Margriet Sitskoorn een revalidatieprogramma voor deze patiënten. Dat bestond uit zes wekelijkse individuele sessies van twee uur met daarnaast enkele uren huiswerk. De revalidatie was gericht op het trainen van aandacht (ofwel concentratie) met behulp van de computer. Daarnaast bestond het programma uit een strategietraining van aandacht, geheugen en planning, waarbij de patiënten leerden hun intacte vaardigheden beter te benutten om te compenseren voor de beperkingen. Met behulp van neuropsychologische tests en vragenlijsten onderzocht Gehring vervolgens welk effect het programma had. Het was het eerste methodologisch degelijke onderzoek naar het effect van cognitieve revalidatie bij patiënten met een hersentumor.

    Vertraagd effect
    Patiënten die het revalidatieprogramma volgden, meldden direct erna al minder klachten, terwijl patiënten die het programma niet volgden zich geleidelijk aan steeds beter gingen voelen gedurende de zes maanden waarin zij gevolgd werden. Beide groepen patiënten scoorden na zes weken beter op bepaalde neuropsychologische tests voor aandacht en geheugen dan daarvoor. Maar de patiënten die het revalidatieprogramma volgden, hielden die vooruitgang vast tot zes maanden na de revalidatie. Mentale vermoeidheid was ook verminderd bij de behandelde groep. Verder bleek dat het trainingsprogramma beter aansloeg en minder zwaar werd gevonden door jongere patiënten.

    Een vertraagd positief effect van een dergelijk revalidatieprogramma was ook al in eerdere onderzoeken naar cognitieve revalidatie gevonden. Volgens Gehring kan het zijn dat de patiënten tijd nodig hebben om de strategieën die ze tijdens het revalidatieprogramma leren op te nemen in hun dagelijkse routine. Ze noemt de resultaten van haar onderzoek hoopgevend. Met subsidie van KWF kankerbestrijding gaat Gehring binnenkort werken aan een vervolgonderzoek.

    Karin Gehring (Arnhem, 1976) studeerde psychologie aan de Universiteit van Utrecht, met als afstudeerrichting Neuropsychologie. Na enkele jaren als onderzoeksassistent in het UMC Utrecht gewerkt te hebben, startte ze in hetzelfde ziekenhuis met haar promotieonderzoek. Ze rondde het onderzoek af met een proefschrift aan de Universiteit van Tilburg, waar ze nu als post doc onderzoeker werkt op de afdeling Medische psychologie en neuropsychologie. In 2008 ontving ze de Award for Excellence in Quality of Life Research van de internationale Society for Neuro-Oncology.