Publieke gezondheidszorg onbekend bij het publiek

0
520

De publieke gezondheidszorg is een bij het publiek onbekend begrip, de GGD is wel bekend. Burgers maken geen onderscheid tussen de publieke en de reguliere gezondheidszorg.

Op 1 december 2008 is de Wet publieke gezondheid (Wpg) ingevoerd. Deze wet maakt het mogelijk sneller in te grijpen bij dreiging van infectieziekten zoals SARS of vogelgriep. Daarnaast bevat de wet gemeentelijke taken op het terrein van bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg en gezondheidsbevordering. De publieke gezondheidszorg is vooral preventief, ter bescherming van de gezondheid van alle inwoners van Nederland. Zij gaat uit van maatschappelijke hulpvragen en wordt doorgaans ‘ongevraagd’ aangeboden door onder andere de GGD en de thuiszorg. Publieke gezondheidszorg gaat niet in op individuele hulpvragen. Vanuit de publieke gezondheidszorg worden bijvoorbeeld risicogroepen voor aandoeningen of infecties in kaart gebracht, inentingscampagnes georganiseerd en rampen gecoördineerd.

Onbekend
Nederlanders blijken het begrip publieke gezondheidszorg nauwelijks te kennen, maar de GGD kennen ze wel. Dit blijkt uit onderzoek van het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) dat afgelopen najaar is uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van VWS. Burgers weten niet goed wat publieke gezondheidszorg is en verwarren deze met reguliere zorg. De associatie bij burgers lijkt te zijn: publieke gezondheidszorg is door de overheid georganiseerde en gefinancierde zorg. Vandaar de reactie: ‘we willen vooral goed betaalbare zorg en of deze publiek of regulier georganiseerd is maakt niets uit.’

Gemeenten
Gemeenten dragen de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg. Dit is veelal niet bekend bij burgers. Ongeveer de helft van de burgers denkt dat de gemeente geen rol speelt bij de publieke gezondheidszorg. Slechts 9% wist met zekerheid dat de gemeente daarbij betrokken is.

Burgers
NIVEL-onderzoeker Margreet Reitsma: “De vraag van het ministerie is of de publieke gezondheidszorg adequaat is georganiseerd. Moet de GGD daar in eerste instantie voor zorgdragen? Moeten we taken en verantwoordelijkheden verder vastleggen? In andere landen verzorgt de eerste lijn bijvoorbeeld meer publieke zorg. Voor burgers lijkt het niet zo belangrijk te zijn wie welke taken binnen de publieke gezondheidszorg moet of mag uitvoeren. Als maar duidelijk is waar ze voor welke zorg terechtkunnen. En of die zorg publiek of regulier is, is voor burgers waarschijnlijk niet zo belangrijk. Als deze maar goed is geregeld.”