Psychologisch onderzoek helpt bij inrichting wetenschapsonderwijs

0
698

Een kind heeft van nature een onderzoekende houding en vaak een fascinatie voor wetenschap en techniek. Bij velen neemt deze interesse echter af in de vroege pubertijd. Hoe kunnen mensen leren over deze onderwerpen op een manier die de fascinatie en het inzicht bij het individu vergroten?

Maartje Raijmakers pleit in haar oratie voor wetenschappelijk onderzoek naar het leren over wetenschap en techniek om een antwoord op die vragen te vinden.

Een science center (een interactief museum voor wetenschap en techniek, zoals NEMO) is een uitgelezen locatie om het vuur voor wetenschap en techniek aan te wakkeren. Zelf onderzoek doen leidt bij kinderen en volwassenen tot veel enthousiasme, zowel in science centra als in de klas.

Dit resulteert echter niet zonder meer in een diep inzicht in het onderwerp, terwijl voor het individu juist ook het abstracte inzicht in een probleem veel plezier op kan leveren.

Psychologisch onderzoek kan ons meer vertellen over de mechanismen die een rol spelen in het leerproces. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat impliciete kennis over vallende voorwerpen, die een baby al heeft, een belangrijke invloed heeft op het latere leren over zwaartekracht.

Zulke onderzoeksresultaten leiden tot ideeën over de manier waarop het aanbod van wetenschap in science centra of op school optimaal ingericht kan worden. Het verhogen van de interesse in wetenschap en techniek bevordert de instroom in het bèta-onderwijs en stimuleert een breed publiek om kritisch mee te denken over nieuwe wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen.

De leerstoel van Raijmakers is gelieerd aan science center NEMO.

Oratie Psychologie
– Mw. prof. dr. M.E.J. Raijmakers, bijzonder hoogleraar Cognitieve Ontwikkelingspsychologie, in het bijzonder het science leren in non-formele omgevingen
– Titel: Inzicht door onderzoekend leren
– Datum: Woensdag 16 mei 2012, 16:00 uur