Prostitutie en Mensenhandel 2010

De politie is er de afgelopen twee jaar in geslaagd om meer verdachten en strafdossiers mensenhandel aan te leveren aan het Openbaar Ministerie. Het aantal verdachten steeg van 239 (2008) naar 337 in 2010. In 2010 leidde het gestegen aantal onderzoeken tot het indienen van 207 dossiers. Dit waren er in 2008 nog 133.

Belangrijkste resultaat van het opsporingswerk is echter het ontzetten van meer slachtoffers uit het illegale prostitutiecircuit. Dit staat in de Korpsmonitor 2010 Prostitutie en Mensenhandel die vandaag is uitgebracht.

Sinds 2002 meet de politie twee jaarlijks haar inspanningen op het terrein van toezicht en opsporing in zowel de vergunde als niet vergunningsplichtige prostitutiebranche. Ook de politie informatiehuishouding en organisatie komen in de monitor aan de orde, met als belangrijkste doel de aanpak verder te verbeteren.
Ook is er in de verslagperiode gekeken naar de afspraken en inspanningen van andere instanties als Gemeenten, Arbeidsinspectie, Belastingdienst en de SIOD. Het in multidisciplinair verband optreden tegen misstanden en criminaliteit in de prostitutie vormt een steeds natuurlijker en krachtige wijze van aanpak. Portefeuillehouder Mensenhandel Ruud Bik, korpschef van het Korps landelijke Politiediensten, pleit in dit verband dan ook voor een bredere monitoring naar de inspanningen van alle ketenpartners en het verstevigen van de ketenregie.

Voor de komende periode ligt wat portefeuillehouder Bik betreft een duidelijke opgave meer zicht te krijgen op de niet-vergunde, niet locatie gebonden, vormen van prostitutie. De afgelopen periode zag de politie een verschuiving van de locatie-gebonden sexinrichtingen naar de escort, aan huis- en hotelprostitutie. Klantenwerving via Internet speelt hierbij een grote rol. “De monitor geeft aan dat we het toezicht beter op orde hebben. Dat is een belangrijke voorwaarde. Nu moeten we doorpakken om de criminele activiteiten in de niet locatiegebonden prostitutie te bestrijden”, is Bik’s commentaar. Hij denkt hier concreet aan het werken met multidisciplinaire controle- en opsporingsteams.