Progeria-medicijn werkt soms averechts

0
819

Bepaalde medicijnen die gebruikt worden ter behandeling van de verouderingsziekte progeria blijken behalve gunstige effecten ook bepaalde ongunstige effecten te hebben.

Dat blijkt uit onderzoek van Valerie Verstraeten, die hier vrijdag 4 maart 2011 in Maastricht op hoopt te promoveren. Voorafgaand aan die promotie is er een symposium georganiseerd door de onderzoeksinstituten GROW en CARIM van het Maastricht UMC+ over zogeheten laminopathieën, ziekten die veroorzaakt worden door erfelijke afwijkingen in het lamine-gen, waaronder progeria. Bij die ziekte verouderen kinderen lichamelijk zeer snel, om op ongeveer 13 à 14-jarige leeftijd te overlijden aan aderverkalking.

De medicijnen die Verstraeten aan een nader onderzoek heeft onderworpen, zijn de zogeheten farnesyltransferase inhibitoren, afgekort FTI. Deze middelen zijn reeds enige jaren op de markt voor de behandeling van kanker en worden nu in het kader van een Amerikaanse klinische studie gebruikt bij de behandeling van kinderen met progeria. De resultaten van deze studie zijn echter nog niet bekend.

FTI verhinderen dat een vetzuurketen aan het eiwit lamine wordt gehecht. Daardoor kan dit vetzuur zijn toxisch effect niet uitoefenen en kan de cel beter functioneren. Muizen met progeria leven dan ook langer na behandeling met FTI. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat dit medicijn ook belangrijke bijwerkingen heeft. Zo veroorzaakt behandeling met FTI een gat in de celkern bij een groot aantal cellen. De kern krijgt hierdoor de vorm van een donut (zie illustratie). Dit gebeurt onder meer in bloedvaten, in darmweefsel en in de huid, zo is gebleken bij dierproeven. Deze kernafwijking gaat heel vaak gepaard met een onjuiste verdeling van het genetisch materiaal, waardoor de dochtercel een foutief aantal chromosomen draagt. Donut-kernen komen meestal voor in cellen met twee kernen die nagenoeg niet verder delen.

Deze FTI-geassocieerde defecten vereisen de nodige waakzaamheid bij de behandeling van kleine kinderen met een hoge dosis FTI. De impact van deze onderzoeksresultaten reikt trouwens verder dan progeria. Eens te meer omdat de kankerremmende werking van FTI nooit afdoende werd begrepen. Nu weten we dat cellen met donutkernen de tumorremmende werking van FTI voor een deel kunnen verklaren.

Het symposium over progeria en andere laminopathieën vindt vrijdag 4 maart vanaf 9.00 uur plaats in het auditorium van de Universiteit Maastricht aan de Minderbroedersberg 4-6 in Maastricht. De promotie van Valerie Verstraeten volgt op dit symposium en begint om 14.00 uur.